Veranderende wereld

Laatst verloor de piot zich (andermaal) in een hoogmis van de automobiel.

Het is ondertussen de vierde keer dat ik mij overgeef in de armen van “La Déese“, het relatief nieuwe automerk dat heel hoog inzet op “Different Spirit” en “The French Art of Travel“. Mijn eerste deelname als DS-informant aan het zogenaamde Autosalon is vooral ingegeven door een uitgebreide nieuwsgierigheid. Eigenlijk heb ik weinig affiniteit met het evenement, dat ik enkel ken van horen zeggen. Wanneer het castingbureau mij de vraag stelt, moet ik niet lang nadenken. Het aanbod voelt aan als een opportuniteit om een nieuwe wereld te exploreren en dat is het soort uitdaging waar ik op dat moment om meerdere redenen wel voor open sta. Achteraf blijkt die presumptie te kloppen als een bus. Wat mij uiteindelijk nog het meest charmeert, is het begeesterende, multiculturele universum waarin ik terecht komt.

Na afloop van mijn eerste deelname ben ik overtuigd dat dit een eenmalige gebeurtenis is en verkondig dat ook aan iedereen die dat horen wil. Evenwel dwaal ik. Elk jaar opnieuw is de lokgroep van de sirene genaamd “Het Salon” oorverdovend en kijk ik uit naar de mogelijkheid om als nestor mee te draaien in een knettergekke show en het bijhorende zeer divers decor. Talrijke gesprekken met andere “anciens” onthullen dat ik lang niet de enige ben die een bijzondere voorliefde heeft voor deze interessante, intense tiendaagse. Het lijkt een verslaving, maar dan eentje met behoorlijk pijnlijke voeten en een gruwelijke vermoeidheid op het einde. De doorgaans saaie en lastige opleiding vooraf neemt iedereen er voor lief bij.

Zoals alles in het leven is ook de Brussel Motorshow niet altijd Rozegeur en Maneschijn. Jazeker: er is meer dan genoeg plaats voor grappen en grollen, en ook de occasionele “Open Bar” na de avondsluiting zorgt voor pret en plezier. Toch heeft elke editie een donker kantje, mocht ik ervaren, gaande van een niet zo geslaagde catering over tegenvallende figuranten, bezoekers of contacten, tot het soms minder fraai gedrag van teamleaders of stand-managers (van dat laatste ben ik dit jaar gelukkig gespaard – het zijn fijne figuren).

Ondanks mijn relatief beperkte ervaring, meen ik op dit eerste Autosalon na de Covid-perikelen en de bijhorende onderbreking toch enige veranderingen te bespeuren. Het is niet meer hetzelfde. Dit 100th Brussels Motorshow kondigt zich onvervalst feestelijk aan, zij het kleinschaliger en beperkter dan zijn voorgangers. Ditmaal is er geen plaats voor gemotoriseerde twee-, drie- en vier-wielers, op een paar uitzonderingen na. Ook bedrijfsvoertuigen zijn schaars gezaaid. Enkel luxe voituren staan in de spotlights. Bovendien palmt het evenement minder Heysel-paleizen in dan voorheen. Desgevolge is de grootte van de toegewezen standplaatsen amper een derde van voorheen, waardoor de onderscheiden merken verplicht zijn het aanbod uitgestalde pronkwagens zeer te beperken. Zelfs de veiligheidsperimeters rond zogenaamde “conceptcars” (een poenig woord voor geweldig dure prototypes) zijn zo belachelijk klein dat menig stand-manager meer dan eens een beroerte nabij is wanneer boertige bezoekers aan de peperdure laboratorium-wagens prutsen en er zelfs in plaats nemen.

Anderzijds toont niet alleen het Autosalon een nieuw gelaat. Ook de (bij wijlen zéér talrijke) bezoekers hebben een andere jas aangetrokken, tot grote frustratie van de informanten. De rol van die laatsten is simpel en duidelijk: als tussenpersonen moeten zij geïnteresseerden en potentiële kopers zoveel mogelijk informatie over de wagen in kwestie bezorgen en hen in één beweging ook in contract brengen met de dichtstbijzijnde verdeler (een DS-store heet dat bij DS Automobiles).

Tijdens de vorige edities lukt dit heel aardig. Menige babbel leidt tot een “lead“: de informant noteert naam, adres en voorkeuren, presenteert een simulatie van een mogelijke wagen en stuurt deze gegevens met een druk op de knop naar de plaatselijke DS-store. Op het einde van de dag is het aantal aldus bekomen leads een goede graadmeter voor het geleverde werk en de hoeveelheid verspreide informatie.

Dit jaar is het helemaal anders. Al vanaf de eerste dag is het duidelijk dat de interesse en het gedrag van de doorsnee bezoeker is omgeslagen. De mensen zijn niet op zoek naar interessante contacten, wel naar informatie. Net op het moment dat bij een lange introductie van de wagen de woorden “testrit“, “contactgegevens“, “simulatie” enzovoort vallen, haken de meesten af. “We weten waar de concessiehouders is en gaan zelf wel contact met hem opnemen,” zeggen de meesten, vaak gevolgd door: “We hebben op het internet als een en ander gevonden“. Andere bezoekers “zijn nog maar pas toegekomen en zullen straks wel terugkomen“, want een goedbedoelde leugen is. Meteen kan een informant fluiten naar een bewezen “lead“.

Dit fenomeen lijkt vreemd maar is het eigenlijk niet.

Sinds de lockdowns heeft het online shoppen een fenomenale boost gekregen. Dat is geen geheim, integendeel. De doorsnee consument beseft meer dan ooit dat het internet een oneindige vergaarbak van informatie is, en – als het er op aankomt – ook een gigantisch warenhuis. Dat bewustzijn gidst ook de gerichte bezoeker van het Autosalon. Voor hun verschijning op de Brussels Motorshow maken de meesten achter hun computerscherm hun huiswerk. Enkel wat het internet hen niet kan bieden – een fysieke sensatie – komen ze zoeken in de schaduw van het Atomium. Het overgrote deel van de geïnteresseerden is een windowshopper, op een paar uitzonderingen na. “The Times They Are A-Changing’“: beter is het niet te beschrijven.

Kwaliteitsvolle en informatieve gesprekken resulteren niet langer in kwaliteitsvolle en potentieel interessante leads en vruchtbare connecties. Een mens vraagt zich meteen af of zoiets voortaan ook een regel is in andere universa waar communicatie en verbinding centraal staan. En vooral: wat daarvan de impact kan zijn op mens en maatschappij.

Maar veel tijd voor dergelijke filosofische bespiegelingen hebben informanten op de Brussels Motorshow niet. Wel net voldoende inspiratie om elke morgen, aan het begin van een altijd lange dag, bij de briefing zichzelf vol te pompen met de nodige energie. En daar zijn alle middelen goed voor, waaronder ook een strijdbaar lijflied, en op de laatste dag een zelfgemaakte rap.

Luister en geniet.


DS Automobiles
On est vraiment la meilleur team
Ne nous prendez pas pour des debiles
On fait des leads à la Karim
On bosse pour Stellantis même si nos pieds font des caprice
Clément, Seb et Xaiver, merci les teamleaders en acier
Donnez nous nos tickets, et non surtout plus des bonnet sinon on déclarera forfait
Merci à Soprano, grace à lui, on et toujour “chaud”.

ALORS MAINTENANT TOUS LE MONDE DEBOUT
ON CE LÊVE ET ON FAIT LES FOUS.

© Rhizlaine Dupuis


DS Automobiles
We zijn echt het beste team
Neem ons niet in de maling.
We maken leads zoals Karim
Wij beulen voor Stellantis ook al protesteren onze voeten dag in dag uit
Clément, Seb et Xaiver, dank aan onze teamleaders van staal
Geef ons tickets, en geen mutsen meer, anders gooien we de handdoek in de ring…
Dankzij Soprano zijn we nog steeds “hot”.

DUS NU STAAT IEDEREEN OP
WE GAAN NOG EENS UIT DE BOL

© Rhizlaine Dupuis (vertaling Rik Wintein)


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.