Laatst manifesteerde zich andermaal de Alpha van de Via Prosperità.
De zaterdagmorgen is nauwelijks krachtig genoeg om de vroege ochtendroutines van de Via Prosperità te dwarsbomen. Daar is veel meer voor nodig dan één dagje vrij van verplichtingen. Lang voor zeven uur probeert de piot op het plafond van de slaapkamer het antwoord te lezen op de enige of-vraag die op dat moment er toe doet: “Dauwdraf of niet“. Dat de Via Prosperità vandaag de hardloopschoenen zal aantrekken voor een loopje van minstens een half uur, staat boven elke twijfel. Uiteindelijk is de vraag niet meer dan een agenda-probleem: op de middag heeft Mijn Groote Liefde een importante afspraak (het borstelen van een laagje jeugdigheid op haar frisuur) en na de noen belooft de meteo fikse regenbuien (wat het starten met rennen onaangenaam maakt).
Met de voorzichtigheid van een ervaren leeuwentemmer port de piot zijn soezende geliefde. Haar slaperige zuchten countert hij met een vraag: “Gaan we gaan lopen?” Een positief klinkende kreun is het antwoord.
Even later – tijdens het strikken van de schoenen en het opstarten van de sporthorloges – krijgt de piot een heikel vraagstuk voorgeschoteld: “Het je al iets in gedachten?” In zijn hoofd heeft de stakker inderdaad reeds een parkoers uitgestippeld. Uit veiligheid houdt hij het op een simpele “Ah, gewoon rond de Meerschen.”
Dat is niet gelogen, maar ook niet de hele waarheid. In feite wil hij via een rondje Foreest Felthem door het Balkbos naar de Oude Spoorwegbedding tjokken, om daar rechts af te slaan en een eindje verder de Meerschen in te duiken om zoek naar de kortste weg terug naar de Via Prosperità. De respons “Ah, de Meerschen…” sterkt hem in zijn voornemen, al stelt het hem toch niet helemaal gerust.
Eens zijn roestige dieselmotor opgewarmd is, geniet de piot volop van het gezapige tempo. In Foreest Felthem begroet hij opgewekt het ontwakend groen. De piot heeft zelfs wat adem op overschot voor beknopte gesprekjes.
Bij het naderen van het Balkbos stelt Mijn Groote Liefde een eerste vraag: “Er door of er langs?” Het plan in zijn hoofd trouw kiest de piot voor het eerste. Aan de andere kant van het geboomte stuurt hij Mijn Groote Liefde naar links: “We gaan tot aan de Oude Spoorwegbedding en slaan dan rechts af.” Zoals verwacht vindt zij dat een goed plan.
Op het punt waar de piot de Meerschen wil induiken, houdt Mijn Groote Liefde hem met enige aandrang een alternatief voor: “En wat als we lopen tot aan De Steenbrugse Bosjes en daar dan terugkeren.” De piot ziet de bui hangen. Zoals bij eerdere renpartijtjes blijft weinig over van haar vroom voornemen alle keuzes aan hem over te laten. In gedachten haalt de sukkelaar de schouders op: diep in zijn hart had hij het niet anders verwacht.
Eenmaal aan de Bosjes suggereert Mijn Groote Liefde om ook het streepje groen achter de Weidestraat erbij te nemen. De piot geeft reutelend toe: hij weet dat ze even verder dan toch nog in de Meerschen terechtkomen, waar ze kunnen inpikken op zijn vooraf uitgestippelde route.
Zijn geluk is compleet wanneer Mijn Groote Liefde in een gedetailleerd verslag vlotjes opsomt waar bij haar welke spieren beginnen op te spelen. Voorlopig heeft hij zelf enkel wat last van een langzame verzuring van de quadriceps.
Terug in de Via Prosperità kruipt de piot naar de dressing om wat na te hijgen in de zetel. Tussen twee diepe ademteugen door, ontdoet hij zich van alle sportkledij. Ondertussen is Mijn Groote Liefde druk in de weer met het sorteren van het wasgoed.
Plots ziet de piot wat hij eigenlijk al langer onbewust beseft. Net als in zoveel andere huishoudens en ondernemingen trekt ook in de Via Prosperità een Alpha alle beslissingen naar zich toe. En het is Mijn Groote Liefde die onbetwistbaar die rol opeist.
En bij nader toezicht: ook ontegensprekelijk, in de zin van …
https://connect.garmin.com/modern/activity/11716947769?share_unique_id=71
Ontdek meer van Rik Wintein
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.