Kreupel

Laatst onderging Mijn Groote Liefde hevige smarten.

Voor een nacht en een dag resideert Mijn Groote Liefde in het kasteel van Lady Mae. Dat heeft alles te maken met den hof van Junior. De achtertuin van zijn nieuwbouw ligt er nog wat ongeregeld bij en hoewel het sentiment hem wel past, moet een vrachtwagen teelaarde daar verandering in brengen. De verhuis van zo’n partij humusrijke potgrond van de straatkant naar de hoving drijft op kruiwagens, schoppen en handenarbeid.

Aficionados weten het wel: dergelijke opdracht is kattenkruid voor Mijn Groote Liefde en ze kan er dan ook niet aan weerstaan. Bij het aanhoren van het nieuws gaan haar ogen stralen en zonder een woord te wisselen beseft de piot hoe laat het is. Voor de zoveelste keer en zeker niet voor het laatst gooit Mijn Groote Liefde zich met veel goesting op dergelijke uitdaging. De lading is beloofd voor zaterdagochtend vroeg dus om logistieke redenen komt Junior zijn moedertje de avond voordien geheel vrijwillig ontvoeren in de Via Prosperità, mits de belofte dat de piot haar ’s anderdaags ruim na de noen komt oppikken met de Milwaukee Vibrator.

Trouw als steeds verschijnt de piot ’s anderendaags volgens afspraak in de Rue Vannerie, net op tijd om het einde van de werkzaamheden te aanschouwen. Heel snel verneemt hij dat de andere helpende handen ondertussen huiswaarts zijn en dat Mijn Groote Liefde weer haar eigenste zelve is geweest: enerzijds het bewijs leveren dat in haar tengere lijf de kracht van een Viking schuilt, en anderzijds onderstrepen dat het uitvaardigen van dictaten en instructies een haar specialiteiten is. Op slag krijgt de piot medelijden met de ondertussen verdwenen (gevluchte?) hulpjes.

Ik ben moe,” poneert Mijn Groote Liefde geheel overbodig. De piot knikt en escorteert haar naar de Milwaukee Vibrator. Amper heeft zij haar helm op, of in de intercom klinkt een eerste opmerking, die de piot terecht interpreteert als een vraag: “Ge zijt met míjn moto…

Ja,” antwoordt de piot. “Dat leekt mij verstandig. Jouw motor heeft een breder en zachter passagierszitje.” “Da’s goe,” prevelt Mijn Groote Liefde, en de piot kan haar vermoeienis bijna proeven. De Harley komt diep brommend tot leven en zet zich in beweging.

Even vreest de piot dat Mijn Groote Liefde achterop in slaap zal vallen. Die angst is ongegrond. Al snel ervaart hij dat ter aanvulling van de gps tijdens de heenreis, de motor door haar aanwezigheid een handvol rijhulpsystemen rijker is. Bij elke bocht voelt de piot hoe Mijn Groote Liefde zijn rug en lenden gebruikt als alternatief stuur. Het knellen van haar dijen is een aangename uitnodiging om te remmen of minstens snelheid te minderen. Na enige tijd duikt een derde verklikker op. In de intercom vertaalt elke oneffenheid in de weg zich in een kreun. Een licht edoch smartelijk kermen bekroont menig verkeersdrempel.

Pas bij het naderen van de Via Prosperità slaat Mijn Groote Liefde alarm: “Ik vrees dat ik niet meer van de motor geraak.” Eenmaal tot stilstand gekomen op de oprit, bewijst zij dat het net nog kan. Moeizaam stapt zij uit het duo-zitje. Voorovergebogen steunend met de handen op haar knieën beschrijft zij uitgebreid de smartelijke toestand van haar zitvlak. De piot opent behoedzaam de voordeur. Als een kreupele schuifelt Mijn Groote Liefde naar binnen. Duidelijk uitgeteld zoekt zij de Chesterfield op.

Nooit meerMeerijden met een motard is geen cadeau,” verklaart Mijn Groote Liefde spontaan. “Vanaf de eerste kilometer voelde ik elke oneffenheid in de weg. Elke bult of put kwam aan als een elektrische schok. Op den duur wist ik niet meer hoe te zitten om de pijn te minderen. Ik weet niet hoe die andere meerijdende dames dat doen. Het is een hel.

De piot kan zich daar iets bij voorstellen, hoewel. Doorgaans zijn de motoren waarover zij het heeft, specifiek ontworpen om passagiers mee te nemen en hebben die zitjes een heel hoog comfortniveau. Terzelfdertijd hebben bijrijdende LOH’s vaak een betere natuurlijke schokdemping dan Mijn Groote Liefde. De piot houdt die wetenschap voor zich.

Ik heb nochtans zo voorzichtig mogelijk gereden…“, stamelt de piot. Zijn stem verdrinkt in schuldgevoel. Tot zijn opluchting knikt Mijn Groote Liefde begripvol: “Gij kunt daar niks aan doen. Als het van mij afhangt, ga ik nooit meer als bijrijder op een motor.

De piot zwijgt zedig en denkt: “Zolang ze maar motor blijft rijden.


Ontdek meer van Rik Wintein

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.