Laatst nam de Via Prosperità afscheid van De Zwarte Panter.
Iets meer dan tien jaar geleden verschijnt de tuxedo-kater Willem – aka De Zwarte Panter – in de Via Prosperità. Het redden van de kitten uit het dierenasiel is een ingeving van Het Studentje. Lang duurt het niet voor het beestje zijn ware karakter etaleert: het is een nieuwsgierige avonturier, een gewiekste jager en een eerste klas bedelaar.
Willem is gekend in de wijk, zij het aanvankelijk niet altijd met de juiste naam. Zo noemt een buurgezin hem maandenlang “Francientje“. Dat weerhoudt de sloeber niet om op geregelde tijdstippen Mijn Groote Liefde de stuipen op het lijf te jagen met een meegebracht prooi, dood of levend en alles daartussen, van muizen over vissen tot vogels en bij gelegenheid zelfs vleermuisjes. De BBQ-liefhebbers onder de buren weten dat een vleesgrill vol worstjes onbewaakt laten niet zonder gevaar is, wanneer De Zwarte Panter in de buurt paradeert. Kortom, Willem verovert naam en faam de straat, en gaat graag op huisbezoek, vooral als hij kans maakt op een hapje of een snoepje.
Ergens bij aanvang van de zomer begint Willem te sukkelen met zijn spijsvertering. “Hij zal wel weer iets raars opgefret hebben,” is de gezamenlijke reactie van de Via Prosperità. Uit voorzorg neem de piot hem mee naar de veterinaire die hem gezond verklaart: “Zijn tanden zijn in prima conditie en hij blikt in zijn vel.” Op aangeven van Mijn Grote Liefde gaat de piot op zoek naar kattenvoeding die beter aansluit bij de volwassen buitenkat met gevoelige darmen, en even is er beterschap. Enkele weken terug valt het op dat De Zwarte Panter steeds meer moeite heeft met eten, ook met malse brokjes. Niet geheel verwonderlijk begint hij wat te vermageren, iets wat niet echt kwaad kan, gezien zijn copieuze levenswandel.
Een week geleden blijft Willem enkele dagen en nachten van thuis weg. Dat gebeurt wel vaker, al leidt het steeds tot lichte paniek in de Via Prosperità. Dat laatste is niet zo verwonderlijk in het licht van zijn maandenlange afwezigheid menige jaren terug. Wanneer hij terug opduikt, valt het niet te ontkennen: hij is graatmager geworden. Bovendien slaap hij veel, heel veel, en verwonderlijk genoeg niet meer op een van zijn geliefde plekjes. Meestal verstopt hij zich en doet dat zo goed dat enkel zijn spinnen zijn locatie verraadt. Ondertussen blijven zijn drink- en etensbakjes onaangeroerd.
De gebruikelijke dierendokter is met vakantie, dus volgt de piot de aanwijzingen van het antwoordapparaat en maakt een afspraak met diens collega in een naburige gemeente. De specialist ziet onmiddellijk dat De Zwarte Panter in de problemen zit: “Deze kater weegt te weinig. Hij is uitgedroogd en moet dringend vocht krijgen. Ik zal hem sederen zodat ik een infuus kan prikken en bloed afnemen. Ik zal ook een röntgenfoto en een echografie nemen. Als dat OK is voor jullie.” Uiteraard hebben Mijn Groote Liefde en de piot geen bezwaar tegen de behandeling en de arts vervolgt: “Ondertussen kunnen jullie naar huis. Deze middag bel ik je met de eerste resultaten van het onderzoek.“
Meer dan een dik uur heeft de veterinair niet nodig. Zijn telefoontje is een goed gebracht slechtnieuwsgesprek: “Het spijt me maar ik heb geen goed nieuws. Willem heeft meerdere tumoren in de buik en heeft kattenaids.” Later, wanneer Mijn Groote Liefde en de piot na een autorit in stilte terug in de praktijk zijn om de euthanasie bij te wonen, verduidelijkt hij: “Ik vermoed dat het leverkanker met uitzaaiingen is. Of misschien de milt. Ook zijn maag is aangetast. Willem is er zo erg aan toe dat hij hoe dan ook maximaal nog enkele dagen te leven heeft.“
Terug in de Via Prosperità krijgt De Zwarte Panter een laatste rustplaats onder de olijfboom, een van zijn favoriete pleisterplekken. Achteraf mijmeren Mijn Grote Liefde en de piot op het nabije zonneterrasje nog wat na. Ook Het Studentje komt nog even langs. Na veel tranen van verdriet en voldoende glimlachen om de talrijke mooie herinneringen, verloopt de rest van de avond in stilte.
’s Nachts in de echtelijke stede huilt Mijn Groote Liefde en uit zij snikkend de eeuwige vraag: “Waarom doet dat zoveel zeer?” “Omdat er een stuk van je leven is weggesneden’” antwoordt de piot, “Eigenlijk was Willem een lid van ons gezin en nu hij is niet meer. Die afwezigheid, die leegte doet pijn. Het is alsof een ledemaat is afgerukt.” Althans: zo voelt het bij hem aan, en hij vindt geen andere woorden om het gemis dat hij voelt te beschrijven.
De volgende ochtend verloopt schijnbaar in slow-motion. Mijn Groote Liefde geraakt moeizaam uit haar bed, maar anders dan andere dagen is het niet een kamerbrede vermoeidheid die haar tegenhoudt. Ditmaal lijkt het alsof ze geen zin heeft om de ochtend, de dagtaak en het leven aan te vatten. Ook de piot blijft langer dan gewoonlijk tussen de lakens. Mijn Groote Liefde heeft reeds lang de voordeur achter zich dichtgetrokken, wanneer hij de dekens van zich gooit.
Bij alles wat hij doet, heeft hij het gevoel dat het trager dan normaal verloopt: de badkamerrituelen, het ontbijt en de eerste huishoudelijke taken. Ook al weet hij dat dit strikt genomen niet zo is, kost het schijnbaar tweemaal meer energie om iets gedaan te krijgen. Het is net alsof de helft van wat hij opbrengt, verdwijnt in een diepte put, een leegte die er de vorige dagen, de vorige week nog niet was.
De dood van De Zwarte Panter trekt een diepe groef, een scherpe schacht in het hart van de piot. Uit ervaring weet hij dat het even kan duren totdat het gemis afzwakt tot een af en toe opspelend litteken.

Ontdek meer van Rik Wintein
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.