Alleen

Laatst verblijdde een retraite de piot met een relatief nieuw inzicht.

Regelmatige bezoekers is het ongetwijfeld opgevallen. De piot resideert vaak en graag in de Provence. Elke passage brengt hem rust, blijdschap en levenslust. Nu het agenda- en budget-gewijs allemaal kan en mag, trekt hij er dikwijls in zijn eentje heen. Mijn Groote Liefde vindt dat allemaal opperbest, net als zijn geplande motortourtocht doorheen Noorwegen later dit voorjaar, ditmaal voor drie volle weken en met een heen-en-terug als passagier op een vrachtschip. “Je moet profiteren,” houdt zij hem voor in al haar wijsheid, en voegt er vaak aan toe dat ze dat binnen een aantal jaar en een handvol maanden zeker weten ook zal doen. “Tesamen van de wereld proeven”, of zoiets.

Aan dit en zoveel meer moet de piot denken, tijdens de zoveelste kakwandeling met Magnifieke Marcel over stofferige kiezelwegen, onder begeleiding van een hartverwarmende Mediterrane zonsondergang. Ondertussen verlangt de sukkelaar naar de steeds heerlijke video-call waarmee Mijn Groote Liefde hem schier elke avond verrast. Het vooruitzicht om opnieuw op appèl te mogen, verheugt hem.

Dit dagelijks visueel onderonsje kan het gemis om haar fysieke aanwezigheid niet helemaal uitwissen. Ondanks alle goede bedoelingen kan het digitaal venster nooit helemaal een zeker knagend gevoel wegzuiveren. De piot weet welke emotie hem parten speelt: de schrik voor een dreigende leegte.

De sukkelaar is graag en vaak alleen, al was het maar omdat eenzaamheid soms eerder een zegen dan een last is, omdat stilte kweekhulp voor inzicht is, en ook omdat een beetje isolement helpt om zaken in de juiste verhouding te slijpen. Dat alles neemt niet weg dat de piot maar een beperkte tijd goed kan functioneren zonder fysiek contact met zijn leidinggevende.

Waar hij ook is, de piot wil Mijn Groote Liefde zo vaak als hij kan ruiken, voelen en proeven. Die gedachte, dat inzicht duwt de piot in diepere overpeinzingen.

Als geen ander beseft de piot dat hij – statistisch gezien – vele jaren eerder dan Mijn Groote Liefde zal opgaan in het grote niets. Dat is geen drama, dat is logica, gebaseerd op medische, biologische en wiskundige (bouwjaar!) feiten. Een grotere zekerheid bestaat er nauwelijks. Die vaststelling weekt behalve berusting geen heftige emoties los bij de sukkelaar, in tegendeel: er is geen angst, geen onrust.

Hoe egoïstisch het uiteindelijk ook mag klinken (en ook wel een beetje is), de piot hoopt vurig dat Mijn Groote Liefde en hemzelf geen statistische uitzondering zijn en dat hij echt als eerste mag sterven. Want een leven zonder zijn gids, toeverlaat en beschermgodin kan niet anders dan half zijn, vreest hij. Zo’n zombiebestaan is onvermijdelijk gevuld met de pijnlijke en ongeneeslijke variant van eenzaamheid, en die smart zint hem niet.

Met zijn wilsbeschikking in het achterhoofd, vraag hij zich af of psychisch lijden door de ondragelijke pijn van een schrijnend gemis voldoende reden is voor een georkestreerd afscheid. Hij vreest van niet.

De daaropvolgende video-call blaast alles duistere gedachten uit het hoofd van de piot. “La vita è bella...” besluit hij.


Ontdek meer van Rik Wintein

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.