Bloedneus

Laatst toonde Mijn Groote Liefde op haar eigenste unieke manier haar warme affectie.

Het zijn harde dagen voor de piot. La Déesse is een veeleisende godin en de hoogmis draait elk etmaal weer uit op een slopende gebeurtenis. De nacht is steevast veel te kort en het plezier tussen ontwaken en slapen gaan drijft op fysieke pijn. Na een poosje knelt ook de meest comfortabele schoen en protesteert zelfs de sterkste rug tegen het urenlang rechtopstaan onder de hete supertroopers. Over dat laatste kunnen we kort zijn: lang leve de deodorants in gezinsverpakking.

Gelukkig kent Mijn Groote Liefde de ontberingen. Met grote regelmaat vraagt zij de piot naar een stand van zaken waarna haar empatische stem steevast peilt naar welke interventie van harentwege zijn lijden kan verlichten. De piot heeft een goed hart en weigert telkens weer misbruik te maken van het vage aanbod. Meestal onteert een futloos schouderophalen de aangeboden bezorgdheid.

Die keer is het anders. De piot heeft problemen. WhatsApp-gewijs rapporteert hij het gemis aan degelijke blarenpleisters en bij kerende antwoordt Mijn Groote Liefde dat zij onmiddellijk de nodige stappen zal ondernemen.

In de late avond biedt De Lijn – in tegenstelling tot de vroege ochtend – geen bevredigende dienstverlening met het oog op een verplaatsing naar de Via Prosperità. Dus daarom haalt Mijn Groote Liefde na elke werkdag haar piot op aan het station. Op de terugweg naar de Via Prosperità countert zij zijn dagrapport met een getaterd verslag over de gebeurtenissen op de Factorij, waar altijd wat te beleven valt.

Ondertussen droomt de piot over frietjes. Enkele dagen terug was dat zijn antwoord op haar culinaire enquête. De French Fries hebben toen de avonddis niet gehaald, omdat Het Studentje thuis was en een hevig verlangen naar Lasagna alla Mama had geuit. Vandaag lijkt niks in de weg te staan van een portie gefrituurde aardappelreepjes.

Bij het betreden van de Via Prosperità annonceert Mijn Groote Liefde het menu: fijne chipolatas met zurkelaardappelen. “Is dat in orde,” wil zij vervolgens weten. De piot knikt. De fijne boerenkost ruikt en ziet er lekker uit. En snel proeft hij dat ook de smaak top is.

Onder het avondeten wil Mijn Groote Liefde weten hoe het gesteld is met de fysieke conditie van de piot. Andermaal haalt hij de schouders op: “Mijn beenspieren zijn stram, mijn rug doen pijn en ik heb een bloedblaar op mijn linker hiel.” Een vloekende gil slaat het bestek uit zijn handen. “Ik ben glad vergeten die pleisters te halen,” bekent Mijn Groote Liefde. De piot zucht en eet verder: “Dat is niet erg. Ik zal wel een gewone plakker gebruiken.”

Na het eten sloft de piot naar het salon en laat zich in de sofa vallen. Boordevol schuldgevoel stuitert Mijn Groote Liefde om hem heen. Op haast onchristelijk veel manieren blijft zij haar verontschuldigen aanbieden en vragen waarmee zij van dienst kan zijn. “Ik lust wel een dessertje. Een knabbeltje met koffie,” bekent de piot, reeds met de afstandsbediening in aanslag, en voegt eraan toe: “Liefst een koekje met chocolade.

Fluks zoals alleen een hinde dat kan, huppelt Mijn Groote Liefde naar de keuken en komt even later terug met drie pakken koeken en een grote mok dampende troost vers gezet. “Meer hebben we niet in huis,” fluistert zij met de grootste tederheid. “Wens je nog iets?

Op dat moment knettert een of ander door vermoeidheid verzwakte smeltzekering in het brein van de piot: “Een fijne voetmassage zou ook wel deugd doen.” Het resultaat is navenant.

Die avond gaat de vermetele stouterik slapen met veel meer ongemak dan enkel een pijnlijke rug en een prikkende blaar.