Shitheads

Laatst bracht een bizarre kynologische gewoonte de hevige hondenliefhebbers van de Via Prosperità in opperste verbazing.

Aan de jaarlijkse Hoogmis dem Automobiel houdt de piot een staande afspraak met La Déesse over, die hij het weekend van zijn verjaardag met liefde verzilvert. De droomwagen voert hem onder het goedkeurend oog van Mijn Groote Liefde naar de Côte Opale. De streek kennen ze wel. Tijdens de beter-weer-maanden komen zij er vaak en graag met de Milwaukee Vibrators.

Ditmaal is het anders. Een aanstormende Dennis overschreeuwt met een heel eigen timbre de kuststrook. Desondanks is het uitstekend wandelweer en dat treft, want Mijn Groote Liefde heeft haar beste stapschoenen aangetrokken.

Eerste stop is Swartenesse. De desolaatheid van het oord verleidt de piot tot een gedurfd voorstel. Volgens hem baart het genoegzaam gemis aan rondstruiende toeristen het uitgelezen moment om naast een rondgang langs de uitkijkpunten ook de kustlijn te bestappen.

Zijn woorden zijn amper weggeblazen in de stevige zeebries of Mijn Groote Liefde vindt een geafficheerde wandelkaart, die ze minutieus bestudeert. Heel snel declareert zij haar intentie: “We volgen deze wandelweg naar Blankenesse!

De piot schrikt, want hij kent de plaatselijke geografie een beetje. En ook de afstanden. Schuchter formuleert hij een gewaagd tegenvoorstel: “We stappen anderhalf uur lang het bepijlde pad af. Daarna keren we terug.” Met die suggestie hoopt hij tijdig het gereserveerde nachtlogement te bereiken.

Verrassend genoeg gaat Mijn Groote Liefde onmiddellijk akkoord, dus zo geschiedt.

Al snel openbaart zich de toon van de wandeling. Vrolijk taterend dartelt Mijn Groote Liefde over het geaccidenteerd parcours. De piot daarentegen heeft het behoorlijk lastig: zowel op de heenweg als op de strompelige terugkeer lijkt de wandelstrook altijd en overal bergop te gaan. En steeds moet hij vechten tegen de stevige wind. Maar hij overleeft het, mede door de voortdurende aansporingen van Mijn Groote Liefde.

Wat de piot van de marteling vooral bijblijft (naast de vele zweetdruppels, het sporadisch zwart voor zijn ogen en de herhaalde hinderlijke hyperventilatie), zijn de honderden hondenpoepzakjes langs het wandelpad. Blijkbaar begrijpen de meeste blaffervrienden dat de excrementen van hun oogappels niet op openbare stapstroken thuishoren en rapen ze de drollen op. Helaas stopt bij velen daar het voorbeeldig sociaal gedrag. Na het opruimen van de poep en het dichtknopen van de plastic zakjes, mikken ze de hele handel in de dichtstbijzijnde struik.

Daar moet de piot toch even over nadenken (tussen het hijgen door). Want de hele handelswijze lijkt wat op het uitscheppen van een toiletpot en het dumpen van de inhoud in de keukenwastafel. Maar misschien is die vergelijking wat overdreven en is het gewraakte gedrag niet meer dan een afspiegeling van de hygiëne in het hoofd van de desbetreffende hondenliefhebbers. Dat kan ook.