Nul respect

Laatst aanschouwde de piot een vreemde vorm van respect en zijn hart bloedde.

Een begankenis is en blijft een bijzondere bedoening. In welke vorm ook voert de ritus een eeuwig veldslag tegen onbegrip. Veel bezoekers zien halsstarrig hun aanwezigheid als een hoogst persoonlijke boodschap versus de dode, terwijl het uiteindelijk allemaal draait rond de nabestaanden, de achterblijvers. Elke afscheidsritueel is nooit een doel op zich en altijd een middel om de bloedverwanten te helpen het sterfgeval een plaats te geven in hun leven, net als in dat van ons. Respect voor de overledene en de overlevenden, zoiets.

Helaas heeft niet iedereen het zo begrepen, ook vandaag niet.

De antichambre van het uitvaartcentrum zit boordevol. De betreurde Jan was een populaire pief en dat laat zich vertalen in het groot aantal rouwenden. Zelf ken ik de overledene niet of nauwelijks, hoogstens bij naam en dan als broer van iemand die ik een bijzonder warm hart toedraag. Vandaar mijn aanwezigheid.

Kort voor aanvang van de burgerlijke uitvaartdienst gaat een deurtje open en peilt een eerbiedige stem naar de aanwezigheid in de wachtruimte van familieleden of genodigden. Een aantal wachtenden presenteert zich bij het grijze heertje en samen verdwijnen ze in het achterliggend zaaltje.

Daarop verschijnt hij opnieuw, vergezeld van een handvol collega’s van beider kunnen. Ze maken aanstalten om een tussenwand segment per segment weg te klappen, waarbij het bedaarde mannetje de aanwezigen met aandrang vraagt om de achterliggende zaal niet te betreden vooraleer de mobiele muur volledig opgeborgen is. “Anders bemoeilijkt dat ons werk,” voegt hij eraan toe. De wegschuivende panelen onthullen een piëdestal met daarop een urne. Op een projectiescherm verschijnen en verdwijnen talrijke snapshots van de betreurde. De zit banken in de zaal zijn nagenoeg volzet.

Iedereen blijft respectvol wachten, behalve de kerel voor mij, die zich tijdens het verbeiden liet opmerken door een stijgend ongeduld. Luidruchtig gebarend naar zijn gevolg wilt hij nu de zaal betreden vóór de helpers hun werk af hebben. Een van de zaalwachten, die ik (her-)ken van andere begrafenissen (hij is mijn overbuur dus dat helpt), ment de driftkikker met milde drang terug naar de antichambre. Het gezicht van de snoodaard staat op onweer. Nukkig neemt hij plaats naast zijn gezellin en keert minutenlang ostentatief zijn rug naar de urne.

Daar de banken bij aanvang van de uitvaartdienst reeds zo goed als vol zitten, vervelt de wachtzaal tot een ruimte met staanplaatsen. Uiteindelijk ziet ook de ongeduldige man zich genoodzaakt om samen met het gros van de aanwezigen rechtop te staan. Gedurende de dienst ebt zijn ongenoegen nauwelijks weg, getuige zijn veelvuldig zuchten met bijhorende herhaaldelijk en opzichtig controleren van zijn polshorloge. Nog voor de familie na de uitvaartdienst goed en wel in de aanpalende gang wacht op de condoleances van de aanwezigen, trekt de snoodaard tussen de nog bevolkte banken naar het begin van de wachtrij.

Blijkbaar is hij niet de enige met haast. Tijdens het aanschuiven trakteren een paar oudere dames (wat heet) mij regelmatig op potige porren in mijn rug, terwijl ze met niet echt gedempte stem honderduit praten over de dienst, de familie en de overleden zoon. De duivel in mijn hoofd besluit dan maar een paar vriendelijke persoonsmensen voorrang te geven wat resulteert in een stevige stomp, zo te voelen met het heft van een paraplu.

Lang na mijn troostende omhelzing van de treurende kennis resoneert al dat hinderlijk haastig en opdringerig gedoe nog na in mijn hoofd. Zoals zo vaak vermoed ik aan de basis van dat gedrag een giftige soort egocentrisme. De snoodaard en de paraplu-steeksters zijn daar om een heel specifieke reden, en die heeft niks te maken met het afscheid nemen van een overledene, het troosten van de nabestaanden of het plaatsen van de dood in hun leven. Ze zijn er enkel voor zichzelf. Het zijn empathieloze egoïsten die enkel zijn geïnteresseerd in het presenteren (ik schreef bijna: etaleren) van zichzelf aan de rouwenden. Dergelijke creaturen betonen nul respect voor het ritueel en voor de aanwezigen, want die aangelegenheden zijn in hun ogen hinderlijke bijzaken in een wereld waar enkel hun eigen ego van belang is.

Het is niet de eerste maal dat na een confrontatie met een grenzeloos gemis aan essentiële eerbied mijn pen meandert naar zo’n afgrijselijke conclusie. Gebrek aan respect lijkt een groeiende maatschappelijke constante en die wetenschap pompt sombere gedachten in mijn hoofd. Ik weiger hierin mee te sporen want de eindbestemming van de reis zint mij niet. Dergelijke attitude leidt enkel naar een harteloze samenleving waar het elk voor zich is. Persoonlijk offer ik welgemeende achting aan al wie het verdient, en dat is zowat elk persoon die zijn medemens geen kwaad toewenst of wiens handelingen niet uit zijn op het beschadigen van anderen. Helaas lijkt dàt een uitstervend ras.

Gelukkig houdt Karma mijn hart warm.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.