La Parisienne (bis)

Laatst peilde Mijn Groote Liefde met uitgestreken gezicht naar het angstniveau bij de piot.

Die vrijdagavond tekent het bataljon present op geslaagde maneuvers in Hill60. Zoals het protocol het voorschrijft neemt de piot op de heenweg het stuurwiel ter hand met het oog op een rustige en veilige benadering van het einddoel. Op de retour jaagt Mijn Groote Liefde de familiewagen huiswaarts. Een en ander is in overstemming met het onderscheiden consumptiegedrag van de betrokkenen.

Op de snelweg richting Via Prosperità bolt de Zwarte Cavia heel wat sneller dan eerder die avond. Het is geen geheim dat rechtervoet van Mijn Groote Liefde beduidend zwaarder is dan de poot van de piot, in tegenstelling tot alle andere gemeenschappelijke lichaamsdelen.

Nabij de haardstede vervoegt de Zwarte Cavia het avondlijk stadsverkeer en telt Mijn Groote Liefde steeds meer irritante “weekendchauffeurs“. Ook het aantal storende verkeerslichten neemt straat na straat toe. Gelukkig behoudt Mijn Groote Liefde haar stralend goed humeur en gooit ze zich enthousiast tussen de vele hindernissen door.

Plots kleurt een woud remlichten het volgend kruispunt. Dat het voorliggend verkeer stremt, deert Mijn Groote Liefde nauwelijks en zij duwt het gaspedaal nog wat dieper in. De piot weet wat hem te doen staat. Snel slaat hij de ogen neer en bestudeert nauwgezet zijn schoenen.

Dat gaat nog net lukken,” hoort de piot Mijn Groote Liefde triomfantelijk verkondigen en dat is voor hem het sein om met bibberend hart zijn blik vooruit te richten. Aan een gruwelijke vaart komt een muur van stilstaande wagens dichterbij. In een natuurlijke reflex plant de piot beide voeten stevig op de vloer, als was het een gigantisch rempedaal. (Gelukkig is het chassis op die plek verstevigd met een 5 mm dikke staalplaat, een fortuinlijke ingeving na soortgelijke voorvallen.)

Terwijl de piot reeds neigt om de armen kruiselings voor het hoofd te heffen, zet Mijn Groote Liefde het knipperlicht op en schiet de Zwarte Cavia tussen een stilstaande wagen en een verkeerspaaltje de uitvoegstrook op. Gevolg gevend aan een handvol resolute rukken aan het stuurwiel laveert het vehikel zich een weg naar de volgende straat.

Mijn Groote Liefde grinnikt: “Gaat het een beetje?” Dat is een overbodige vraag want de lichaamstaal, het angstzweet en de ingeslikte zuchten van de piot liegen niet: ondanks de milde alcoholroes is opnieuw een addendum toegevoegd aan zijn laatste wilsbeschikking. “Ja, ik weet het,” bekent zij met een monkellachje op de lippen, “Ik rij weer als een Parisienne maar ik kan er niets aan doen. Zo rij ik nu eenmaal graag.

Met dichtgeknepen ogen kreunde de piot : “Da’ zoude nie’ zeghen…