Ontbijtperikelen

Laatst leidde een verwelkomingscadeautje voor de piot uiteindelijk tot een plotse en plaatselijke koppijn.

Na een spirituele retraite van meerdere dagen in een Zuiders paradijs keert de piot terug naar de Via Prosperità. De Zwarte Panter Willem kent dit soort afwezigheid maar al te goed. Voor Magnifieke Marcel is het een primeur en naar zijn reactie is het raden. Evenwel schept zijn jeugdig enthousiasme in gelijkaardige situaties een zeker vermoeden.

Op het duistere stationsplein wacht Mijn Groote Liefde op de terugkeer van de piot. Naast haar curieuzeneuzt Magnifieke Marcel naar de schaarse voorbijgangers. Hoewel hij aangelijnd is, nemen de meesten het zekere voor het onzekere en laveren zij in een grote boog om de spetterende vriendelijkheid van de forse edoch zachtaardige labradoodle.

Wie is er daar?” kirt Mijn Groote Liefde in haar meest angelieke stem, wanneer de piot aan de schuifdeuren verschijnt. “Is het baasje daar? Zie je hem?

Die vragende woorden stuwen de geestdrift van Magnifieke Marcel naar een kookpunt. Speels hapt hij naar een paar verschrikte passanten.

Dag Marcel,” zegt de piot luidop. Bij die woorden maakt Magnifieke Marcel een sprongetje om zijn as en tuurt in de richting van het spraakgeluid. Onmiddellijk begint hij te wippen en te stuiteren. De begroeting is een en al nerveus gepiep, gesabbel en gelik. Tijdens de autorit naar de Via Prosperità houdt hij dat elan aan. Dat onthaal staat in schril contrast met de reactie van de immer koele Zwarte Panter Willem: die bezegelt spinnend en met subtiel kopjesgeven de intrede van de piot. De rest van de reünie-avond verloopt rimpelloos.

’s Anderdaags blaast een ijselijke gil de restjes slaap uit het hoofd van de piot. Mijn Groote Liefde heeft de echtelijke sponde reeds verlaten en staat in La Cuisine de hemel en de hel aan scherven te schreeuwen. In ware commando-stijl stormt de piot naar beneden, net op tijd om te verhinderen dat Mijn Groote Liefde in zwijm neerstort. Ze kan nog net prevelen: “Willem had een cadeautje voor jou.

Dat is slechts een klein deeltje van het verhaal. Blijkbaar heeft Zwarte Panter Willem de voorbije nacht een muis gevangen en die netjes op het tapijt van de woonkamer gepresenteerd. Niets vermoedend begroet Mijn Groote Liefde in de hall (zijn slaapplaats) Magnifieke Marcel. Vervolgens opent zij de deur naar de woonruimte waarna de snoodaard zich in één vloeiende beweging op de buit van Willem stort en het kadaver smakkend opvreet.

Die muis is eigenlijk een cadeautje van Willem voor mij,” probeert de piot, “’t Beestje is blij dat ik terug bent.

Mijn Groote Liefde is niet overtuigd, integendeel: “Rotbeest. Dát had ik echt niet nodig. En dan Marcel nog eens… Rotbeesten.

De piot haalt de schouders op en laat de storm voorbij waaien.

Aan de ontbijttafel beperkt Mijn Groote Liefde zich tot het smeren van de stapel boterhammen die haar 10-uurtje, haar lunch, haar 4-uurtje om halfdrie en haar proevertje tegen de honger om halfvijf moeten voorstellen: “Mijn maag is gekeerd. Ik heb nu nog geen honger. Volgende keer mag Willem een ander cadeautje bedenken.

Terwijl Mijn Groote Liefde het halve brood in haar gigantische broodtrommel ramt en wat fruit als tussendoortjes bijeenzoekt, vraagt de piot treiterig: “Heeft de hond al eten gehad?

Die kleine dessert-appeltjes komen behoorlijk hard aan tegen het hoofd.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.