Klok

Laatst onderging de piot een hartverheffende revelatie (nummer 384 ondertussen): “de wereld is een uurwerk en de mensen zijn de raderen”.

Aficionado’s weten het wel. De piot heeft een tijdelijke baan als administratief medewerker in de webshop van de grootste (en beste – zeker nu) motorspullenwinkel in België(*). Als woon-werkverkeer kiest de piot geheel in stijl voor zijn geliefde Road King. Die dagelijkse navette schenkt hem veel tijd om te observeren en te mijmeren. Gezien de drukke dagbesteding is het schrijven wat naar de achtergrond verdreven.

Elke ochtend trekt de piot rond hetzelfde tijdstip de voordeur dicht en vat de gemotoriseerde tocht naar de Landegemstraat aan. Na een paar dagen kan hij er niet meer naast kijken: elke morgen kruisen steeds weer min of meer dezelfde mensen zijn pad.

Het begint bij het opdraaien van de provinciale weg. Aan het bushalte een eindje verderop ziet de piot steeds dezelfde 3 mensen. Op het bankje links in het wachthuisje zit een meisje met draadloze oortjes op voor zich uit te dromen. Af en toe veegt ze een (denkbeeldig?) pluisje van of plooitje uit haar modieuze zomerse kledij, waarvan de lengte en gelaagdheid de weersvoorspellingen nauwgezet volgen. Rechts, leunend tegen het windscherm, staart een jongeman geconcentreerd op zijn smartphone. Toch betrapt de piot hem meer dan eens op het gooien van steelse blikken naar de fleurige en vaak schaars geklede deerne. Aan de straatkant tuurt een oudere, eerder groezelige grijsaard met wandelstok gespannen in de richting waaruit de bus komt. Het ongeduld en ongenoegen spatten van zijn gezicht. De piot kan maar geen aardig antwoord verzinnen op de vraag waar die wrange gevoelens vandaan komen.

Telkens het verkeerslicht aan de ringlaan de piot een halt toeroept, ziet hij kort daarop een sportieve dame op een blauwe pedelec behoedzaam het kruispunt dwarsen. Eenmaal aan de overkant laveert zij voorzichtig tussen de foutgeparkeerde wagens naar de achterliggende fietsstraat en verdwijnt uit het zicht. Dat voorbeeldig en behoedzaam rijgedrag staat in schril contrast met de agressieve conduite van haar seksegenote aan het volgende kruispunt. Druk in de weer met een elektronische claxon die vaag aan een ambulance doet denken, wringt zij zich een weg naar de eerste rij, om vervolgens vlot en in zoverre het verkeer het toelaat het rode licht te negeren. De piot wil wel eens weten wat er mis is met haar, om te kiezen voor een baby-sirene in plaats van een schelle bel of een retro fietstoeter.

Op de boulevard met de tankstations treft de piot steeds (behalve tijdens het “bouwverlof”) een rustige, gezette man van middelbare leeftijd die voorlopig duidelijk geen boodschap heeft aan een elektrische tweewieler. Hoewel zijn t-shirt en/of sweater al eens durven te verschillen, draagt hij steevast dezelfde veiligheidsbroek en -schoenen. Een constructie van ongetwijfeld eigen vinding houdt een middelgrote frigo in balans op het bagagerekje van zijn eerder ouderwetse herenfiets. Het zou de piot niet verwonderen indien het rijwiel een cadeautje is voor zijn plechtige communie of zijn lentefeest, ergens in de vorige eeuw.

In de omgeving van de brug over het kanaal volgt meestal een confrontatie met een wereld en levensstijl die bij de piot aanleiding geven tot grote bezorgdheid over de stand der dingen, en ook een beetje schrik. Het draait hem allemaal rond zo’n brallende, beestachtige SUV met open laadbak, zoals alom geweten het geliefkoosde vervoermiddel van mannen met een klein pietje en een gigantische ego. Dat soort monsterachtige pick-up’s heeft op de prairies van het Wilde Westen ongetwijfeld zijn nut, maar in de Europese voorsteden hebben die karren absoluut niks te zoeken. Uit de open ramen boenken klanken waaraan de piot ondanks zijn eclectische muzieksmaak kop noch staart krijgt. De rechter pols van de bestuurder rust achteloos bovenop het stuurwiel, terwijl de linkerarm met een hautaine nonchalance uit het raam hangt. In zijn mondhoek hangt een sigaret en aan zijn linkerhand is een bierblikje vergroeid. Dan laatste lijkt maar zo, want eenmaal zag de piot de gruwelrijder het lege blikje weggooien, in de richting van een cyclo-toerist (de mogelijk diepere betekenis van dit gebaar boeit de piot). Voorlopige hoogtepunt is de reeks smerige insinuaties die de kerel schreeuwt naar een mooi meisje op de fiets.

Voorbij de spoorweg spot de piot vaak een Indiër op een krakkemikkige oma-fiets. Een breed uitwaaierende baard en een indrukwekkende tulband kunnen zijn gebeitelde brede glimlach niet verhullen. Telkens wuift de piot naar hem. Elke keer opnieuw lacht de man breed en neemt hij de tijd om de begroeting te beantwoorden.

De tijd tikt verder en de radertjes doen hun werk. En ergens blijft alles toch min of meer in balans, denkt de piot terwijl hij de oprit naar de autosnelweg opdraait.

(*) We gaan geen namen noemen: RAD.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.