Mysterieus Mooi

Laatst dacht de piot tijdens het joggen na over verborgen schoonheid.

Elke morgen bij het ontwaken, elke middag tijdens het lunchen, elke avond bij het slapen gaan, denk ik aan de volgende keer dat de loopschoenen mij vervoeren met een drafje langs bossen, meersen en velden, over wandelpaden en langs straten. Het is voorwaar een verslaving. Die afhankelijkheid zit niet enkel in het hoofd en is al evenzeer een medisch feit. Bij het sporten produceert het lichaam (om redenen waar ik liever niet op in ga) endorfine, een opioïde peptide met pijnstillende en verslavende eigenschappen.

Als alle kaarten goed vallen, ga ik gemiddeld om de twee dagen een handvol miles of meer rennen. Meestal kies ik voor de relatieve eenzaamheid van de natuur. Soms leiden de loopsloffen mij – daarbij meestal gedwongen door de invallende duisternis – langs meer stedelijke paden, zoals daar is het beruchte joggingparcours langs De Vesten, afwisselend in wijzerzin en in tegenwijzerzin. Af en toe – zo het past in haar drukke sociale agenda – uit Mijn Groote Liefde het verlangen om mij daarbij te vergezellen. Dat is niet altijd een cadeau, maar tot nu toe heb ik het wel overleefd.

Tijdens een “Toertje rond Brughe” tonen Mijn Groote Liefde en haar piot bij herhaling dat zij welopgevoede en beleefde mensen zijn. Alle tegenliggers krijgen een welgemeende en met een glimlach onderstreepte “goeiemorgen”, “goeiemiddag” of “goeienavond” toegegooid, naar gelang het tijdstip, of ze het nu willen of niet. Reeds eerder beschreef ik hoe slechts een kleine minderheid van de passanten de groet beantwoorden. Meer zelfs: de meesten negeren botweg het saluut, in gradaties gaande van onverschilligheid tot ostentatief het hoofd draaien of erger: kwaad staren.

Dat laatste is geen nieuwigheid. Tijdens en na de Pandemie Perikelen is het alleen maar erger geworden. De polarisatie in de samenleving uit zich ook in de (on-)vriendelijkheid van de mensen. Wat mij ondertussen ook duidelijk is, is dat we de smoelenvod onheus behandelen. Naast de bewezen diensten (een rem op de aerogene overdracht van het vileine virus) is vooral het verhullend aspect interessant. Wat er achter het kapje schuil gaat, is in veel gevallen – zeker bij onbekenden en andere toevallige ontmoetingen – een versluierd mysterie, wat de schoonheid van de drager ten goede komt.

Aan dat alles moet ik die avond denken tijdens het eenzaam joggen langs Park ’t Stil Ende (om een of andere reden in mijn brein gemarkeerd als “Boulevard P. Cornet“). De kille herfstnevel omsluiert de weinige en goed ingeduffelde passanten. Dikke, lange overjassen over ranke lichamen laten alles aan de verbeelding over. Nog voor ik het Graaf Visartpark bereik, ligt het zoveelste Piot-Axioma te schreeuwen om (h)erkenning: “Een mespuntje mysterie maakt mensen mooier“.

In één adem besluit ik ook om per direct bij het kleinste kuchje of miniemste kriebel in de neus, kortom: om zo vaak als ik het sociaal aandurf, een mondmasker te dragen. Alle beetjes helpen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.