De Beestjes van Willem

Laatst bracht de Zwarte Panter mij bij de dierenarts. Niks ergs. Onze Willem had beestjes.

Met gepaste bezorgdheid vraagt de dierenarts wat er met Willem scheelt. Ik ken de Vet en weet dat hij wat humor best kan smaken. Naar mijn vermoeden heeft de Zwarte Panter beestjes, want de laatste tijd wast en krabt hij zich meer dan normaal. Het feit dat hij bij het likken heel vaak een onchristelijke lenigheid demonstreert verzwijg ik niet.

Bernard (zo noem ik onze Vet, ook al heet hij Dr. Malbrancke) knikt begrijpend. De Zwarte Panter heeft inderdaad allicht beestjes en zoiets is typisch voor deze tijd van het jaar, zegt hij. Terwijl hij een spuit en wat andere spulletjes bovenhaalt sommeert hij Willem naar de behandeltafel.

Bij een vorige bezoek demonstreerde de veterinair de “uitknop” bij katten, een reflex die ze als kitten meekrijgen. Door zacht in het nekvel te knijpen denkt de kat dat zijn moeder hem met de bek optilt en ontspant hij zich. In de bench vind ik op de tast de nek van de Zwarte Panter en knijp zacht. Meteen wordt hij willoos en laat zich zonder tegenspartelen optillen.

De Vet inspecteert de vacht en de oren van Willem, prikt een spuit in een huidplooi op de rug en knijpt een gel-ampul leeg in de nek tegen de huid. Dat is het dan. Zodra ik mijn hand wegtrek komt de Zwarte Panter opnieuw tot leven en sluipt naar de veiligheid van de bench.

Terug aan zijn bureau legt Bernard aan de hand van een pancarte in detail uit waarom we in dit jaargetijde vaak van vlooien, mijten en andere beestjes aantreffen bij huisdieren. Ik volg aandachtig zijn kleurrijke uitleg. Zoals altijd als de wachtkamer leeg is, maken we geen haast met ons gesprek.

Geamuseerd kijkt de Vet me aan. Dat het hem plezier doet dat ik de truc met de uitknop niet vergeten ben, zegt hij. En ook dat ik een atypische reactie heb op het vlooienverhaal. Mijn verbaasde blik is voor Bernard het sein om een langer verhaal af te steken.

Net als het gedrag van de kat wanneer je hem bij het nekvel grijpt, zijn ook bij mensen bepaalde reacties te voorspellen, zegt hij. Na de euthanasie en de daaropvolgende crematie van hun geliefd huisdier gaan de bedroefde eigenaars zonder onderscheid door een rouwproces. Toch reageren ze keer op keer opgelucht en blij wanneer de Vet hen belt met het nieuws dat ze de urne mogen ophalen.

Een andere voorspelbare reactie is de krabreflex, zegt hij monkelend. Mensen die horen dat hun lieveling vlooien heeft, gaan doorgaans onbewust krabben. De jeuk zit tussen hun oren, maar is daarom niet minder vervelend. Dat ik bij het horen van het beestjesnieuws en vlooienverhaal niet aan het krabben ging, is atypisch maar wel te verklaren. De veterinaire diagnose is slechts een bevestiging van mijn vermoeden. En daarom blijft de imaginaire beestjes-jeuk achterwege, stelt Bernard.

Als ik thuiskom vertel ik met groot gevoel voor detail aan mijn Groote Liefde dat de Zwarte Panter vlooien heeft en houd haar daarbij nauwlettend in de gaten. Ze kan niet lachen om mijn grote pret bij het zien van haar jeuk-opstoot.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.