Daniel

Laatst stapten twee keurige heren in onze straat van brievenbus naar brievenbus, met in hun handen een stapeltje A5-enveloppes. Mijn Groote Liefde herkende de sobere bies op het papier en sloeg haar hand voor de mond: “O nee. Daniel.”

Een anderhalve week eerder verjaagt een helderblauw schijnsel de prille duisternis. Voor het huis van Nicole en Daniel staat een ambulance met zwaailichten. De enige bocht die naam waardig in onze straat verhindert dat ik vanuit mijn discrete opstelling achter het raam kan ik opmaken wie de ziekenbroeders bijstaan. Dichterbij gaan wil ik niet. Discretie is een blijken van respect. En in regel bemoeilijken ongewenste bemoeienissen elke noodzakelijke hulp.

Enkele dagen later klopt Nicole aan bij Mijn Groote Liefde. Sinds een lelijke val enkele jaren terug is zij slecht te been. Haar vriendin die haar elke dag naar het ziekenbed van Daniel brengt, moet ditmaal afzeggen wegens een defecte wagen. Het Groote Hart van Mijn Groote Liefde heeft maar een half woord nodig.

Nicole is een vrolijke flapuit en het duurt niet lang voor Mijn Groote Liefde uit eerste hand precies verneemt wat er gebeurd is. Daniel had een hartaanval. De tweede reeds. Nicole krijgt logistieke hulp van haar vriendin (als haar wagen het doet) én van haar zonen die een respectabele autorit ver wonen (“Die aanvaarden geen ‘neen’ en willen persé zoveel mogelijk naar Brugge komen”).

Daniel is een aimabel man. Net na ons komst in de wijk spreekt hij me reeds aan. Zijn zachte stem koestert een groot gevoel voor humor. Al snel geraken we aan de praat. Over wiskunde. In een vorig leven onderwees Daniel jonge deernes in de beginselen der mathematica. Zijn stelling “de meeste mensen horen dat niet graag” wuif ik weg met een vurig pleidooi over “alles is wiskunde“. Hij weet meteen wat ik bedoel. Van daar flaneren wij samen naar muziek (wiskunde!), taal (wiskunde!) en internet (wiskunde!). We genieten samen van de wetenschap dat alle grote wiskundigen ook kundige filosofen zijn en omgekeerd.

De voorbije paar jaar ontmoeten we elkaar vaak op straat, de ultieme plek voor vrijblijvend gefilosofeer. Daniel monstert zijn tuin en ik ben op boodschappenmissie. Onze gesprekken gaan niet langer over de schoonheid van wiskunde en over de wiskunde van schoonheid. We praten over Hét Leven. Of liever: ik luister naar zijn rake observaties. Hoe de maatschappij steeds meer van de mensen eist. Hoe de mensen steeds minder van de maatschappij begrijpen. Hoe weinig mensen nog kunnen genieten van het leven, van elkaar, van kleine dingen. En Daniel vindt dat allemaal doodjammer en dieptreurig. “Want ach, het gaat allemaal zo snel voorbij“, drukt hij mij op het hart.

De laatste tijd zie ik Daniel minder. Onze laatste begroeting is amper twee weken geleden. Door het raam zie ik hem aan tafel zitten en ik wuif. Als antwoord heft hij voorzichtig de hand. Ik moet denken aan een teer vogeltje. Veel brozer dan ik bevroedde.

Vaarwel Daniel.

bruneel daniel

Een gedachte over “Daniel

  1. Pingback: Gregoriaans | Rik Wintein

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.