Eeuwige liefde bestaat niet

Laatst kwam Mijn Groote Liefde thuis met een knipsel uit een zogenaamd beter tijdschrift, een oplijsten van de Zeven Wetten der Liefde naar een gelijknamig boek, met daartussen een passage over “grote liefde”. Ze kreeg het toegestopt van Het Collegaatje, die weet hoe ik mijn eega noem.

“Ze kent je verhalen en vindt dat je dit moet lezen”, begint Mijn Groote Liefde.

“Ik dacht dat Hippies alleen interesse hebben in Vrije Liefde”, bedenk ik. Ik zeg het niet en niet enkel omdat het artikel ondertussen mijn aandacht heeft getrokken met een handvol vet afgedrukte snedige zinnen. Gewapend met enige achterdocht waag ik mij aan het opstel.

“De liefde is nooit alleen maar mooi, er zit altijd frictie in”, staat bovenaan de eerste alinea. Dat kan ik alleen maar beamen – en omdat Mijn Groote Liefde dit zal lezen, wik ik mijn woorden op een apothekersschaaltje. Het woord frictie is perfect gekozen. Het slaat op “afremmen”, “enerveren” en nog een handvol betekenissen die niet altijd negatief zijn. Om maar iets te zeggen: frictie in de zin van “wrijvingen” komt ook voor bij massage. Bovendien is een rem niet altijd negatief: het is een nuttig instrument om te verhinderen dat je met je smoel tegen een paal knalt. Dat veel remmen de reisduur langer maakt, is al evenmin slecht. Vaak is de tocht interessanter dan de bestemming. Vaak is de weg belangrijker dan het tijdstip waarop je het doel bereikt.

“Eeuwige trouw en liefde bestaan niet en toch streven we ernaar”, lees ik vervolgens. En ook dat we willen liefhebben, ondanks het feit dat het voor 90% pijn en ellende met zich meebrengt. Dat andere tiende maakt het de moeite waard. Ik leg het blad even neer. Daar kan ik me wel iets bij voorstellen. En zoals ik het zie en ervaar zou ik het voor minder dan die 10% procent ook wel doen, weet ik.

“Generositeit, dat hebben de mooie liefdes (…) gemeen”, gaat het verder. Op dit punt sluipt bij mij verveling in de lectuur. Uiteraard moet je je partner wat gunnen. Want als je dat verstandig aanpakt, kom je samen – als vanzelf – in een schier eindeloze ketting van win-win-situaties terecht. En het toeval helpt natuurlijk. Ja: ik pruts graag aan hoofd, nek en schouders. Ja: voor Mijn Groote Liefde is dat Kattenkruid. Ja: het opent deuren naar extatische hoogtepunten (let wel: in een niet-erotische betekenis van het woord).

“Helemaal opgaan in je relatie is niet de goede formule” en “In de liefde ben je niet ‘een team’. Je bent twee mensen die er samen het beste van willen maken”, staat er ook nog. Plichtbewust probeer ik de alinea’s te doorworstelen totdat een zoveelste cliché mijn laatste restje aandacht neersabelt.

“Mensen zitten te popelen om hun verhaal te vertellen”, lees ik nog net voor ik het magazine definitief opzij leg. Bij dat laatste kan ik me wel wat bij voorstellen. Wat blijkt.

Spijtig genoeg negeert het epistel een alles bepalend axioma.

Op mijn identiteitskaart prijkt nog altijd dezelfde naam als toen ik Mijn Groote Liefde voor het eerst tegen haar mooie lijf liep, vandaag meer dan een kwart eeuw geleden. Toch ben ik niet meer dezelfde persoon. En omgekeerd: de persoonlijkheid waar ik vandaag zo diep verliefd op ben, is al lang niet meer het “huppeldepup meisje” dat ik leerde kennen op de plaatselijke dorpskermis. Bij Haar is dat net zo. (En ongetwijfeld zal zij desgevraagd een al even saillante omschrijving in petto hebben).

Dat de ik-van-het-heden even – zo niet meer – verliefd is op de biologische entiteit die ik de voorbije jaren afwisselend benoemde met “Trut”, “Seut”, “Generaal” en meer van dat pittigs (telkens met een hoofdletter), is puur toeval. Want de steeds wisselende persoon en persoonlijkheid van Mijn Groote Liefde weet steeds opnieuw bij mij de juiste drukpunten te beroeren. Anders gezegd: mijn wisselende IK valt steeds opnieuw voor haar wisselende ZIJ. En omgekeerd. Was het niet zo, dan stopte de rij epitheta evengoed na “Seut”.

Dat alles maakt dat onze relatie vandaag volstrekt anders is dan de romance van decennia geleden. Niet alleen het gezelschap, ook de liaison is veranderd.

Voor mij is het nogal duidelijk: Eeuwige liefde bestaat niet. Grote liefde wel.

 

(Met dank aan Het Collegaatje en de bespreking van “De zeven wetten van de liefde” van Corine Koole (uitgeverij Prometeus) in Weekend Knack van 7 februari).

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.