Grensoverschrijdend Rijgedrag

Laatst bracht grensoverschrijdend rijgedrag de toekomst van deze blog in gevaar. Dat ging als volgt.

Ons huis en thuis gedijt in een zijstraat van een zijstraat van een drukke invalsweg. De scholen en het sportcentrum in de directe omgeving maken van onze wijk een Zone 30, wat bijdraagt tot een relatieve rust. ‘Relatief‘ is relatief: niet iedereen respecteert het principe van de Zone 30.

Elke schooldag snelt ’s ochtends en ’s avonds een schoolbusje met rolstoellift in hoge vaart voorbij op weg naar dat ene speciale trefpunt op het einde van de straat. Ofwel houdt de bestuurder de kilometerteller niet in de gaten, ofwel weet hij niet dat hij een Zone 30 doorkruist, ofwel trekt hij het zich allemaal niet veel aan. Ik gok op het laatste.

Ook een aantal buurtbewoners kiest duidelijk voor optie drie. Op gestelde tijden stallen zij hun automobiel tegen de rijrichting in. Bij het wegvlieden van de woonst pieken zij op nauwelijks 100 meter tot de topsnelheden die doorgaans voorbehouden zijn voor gewestwegen.

Maar we hebben geluk. Onze straat kent in beginsel nauwelijks sluipverkeer behalve rond schooltijd. Grote én kleine winkels liggen op wandelafstand. En door het open slaapkamerraam brengt een ornithologisch ochtendconcert de dag in huis.

Daar heb ik die middag weinig aan. Op het zebrapad net om de hoek van onze straat kan ik net op tijd een stap achteruit zetten en zo nipt een pijnlijke kennismaking met een roestige rammelkar vermijden.

Een tiental meter verder gaat de druk telefonerende kerel dan toch fel in de remmen omdat zijn voorligger wél keurig vertraagt voor het oranje verkeerslicht. Wanneer ik ter hoogte van het kruispunt komt, houdt rood de boosdoener immobiel en kan ik door het neergelaten raampje aan de passagierszijde het heerschap aanspreken.

“Meneer kent het verkeersreglement niet?” Mijn vriendelijk geformuleerde vraag beantwoordt de snuiter met een obsceen gebaar terwijl hij zijn gsm-gesprek verder zet. Terzijde: op het eerste zicht is het mobieltje aan zijn oor duidelijk meer waard dan zijn aftands vehikel.

“Meneer kent het verkeersreglement niet?”, herhaal ik. Dat is voor meneer het sein om het woord tot mij te richten. Dat het verkeerslicht ondertussen groen is, stoort hem niet, net als het getoeter achter hem.

Op dit punt gekomen moet ik helaas toegeven dat het voor mij onmogelijk is zijn tirade woordelijk weer te geven, onder meer omdat ik niet echt beslagen ben in het fonetisch uitschrijven van plat Brugs.

Vrij vertaald komt het hier op neer: dat ik een sukkel ben, dat ik mijn mond moet houden, dat hij een heel belangrijk persoon is en dat hij altijd en overal voorrang heeft op onmondige debielen als ondergetekende.

Waarvan akte.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.