De allerlaatste

Laatst na het boodschappen verwelkomde onze tuin mij zingend en zoemend.

Een voormiddag voorbeeldig wroeten in een nazomerse hof eindigt met een lunch op het terras. Tijdens het noenmaal overlopen Mijn Groote Liefde, Het Studentje en hun piot de mogelijke opties voor het avondeten en voor het zondagse diner. Dat klinkt schrokkerig maar is een gekend gebruik in onze clan. Met een keurige briefje op zak brengt de shopping-bike mij naar het grootste warenhuis met de kleinste prijzen, maar niet vooraleer een douche het hovenierszweet wegspoelt.

De zadeltassen én het fietsmandje zitten behoorlijk vol wanneer ik opnieuw de Via Prosperità opdraai. Nog voor de fiets stilstaat vangt mijn oor het vrolijk getater van De Meisjes. Het stroomsnoer voor tuingebruik verdwijnt achter de struiken. Plotseling treft een zoemend zingen mijn trommelvlies. Mijn Groote Liefde hanteert de boomzaag in een poging de houtstapel in stookklare stronken te muteren.

Familie, vrienden en kennissen weten maar al te goed dat Mijn Groote Liefde niet vies is van een stevige portie labeur. Hare Pezige Potigheid kan zelfs overweg met een pneumatische hamer, zoals destijds bewezen is bij het openbreken van de oprit. Dat bij die gelegenheid een voedingskabel, een waterleiding en de buizen van de centrale verwarming sneuvelden, is slechts een kanttekening in de rijke familiegeschiedenis.

Beton openbreken is geen stookhout zagen, zoveel is die middag duidelijk. Mijn Groote Liefde maakt voorwaar zaagbewegingen. Bij het hanteren van een elektrische kettingzaag is dat naast een gevaarlijke bezigheid vooral een zeer inefficiënte aanpak. De bescheiden houtstapel naast de zaagschraag dreigt pas na Pasen kachelklaar te zijn. Op slag vergeet ik de douche en mijn kleerkastverse outfit en neem het van Haar over. In geen tijd is de kruiwagen vol met brandbare blokken.

“Een momentje. Er liggen er nog een paar achter de garage. Het zijn de laatste,” beweert Mijn Groote Liefde stellig. Een nieuw laagje zaagsel kleurt mijn espadrilles.

“Wacht eens even,” gaat Zij verder. “Ik geloof dat er nog een paar liggen. Het zijn de allerlaatste.” Het handvoertuig kan de ingekorte latten nog nauwelijks aan.

Mijn Groote Liefde weet van geen ophouden: “Er zijn er nog een paar. Het zijn  – echt waar – de aller-allerlaatste. Nog een stuk of zes… Ze zijn wel iets groter.” De kettingzaag begint tekenen van oververhitting te vertonen.

Uiteindelijk landen we op “de aller-aller-aller-allerlaatste”. En daarna bij wijze van dessert nog twee super stevige stamstukken die het zaagblad nauwelijks nog meester kan.

De rest van de avond loop ik op zaagsel.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.