Goudgele gelei

Laatst noopte de exceptionele druivenoogst mij tot een maatregel zonder voorgaande.

Mijn Groote Liefde en haar piot zien den hof als een oord van rust en lust, occasioneel met een culinair kantje. Dat zit zo. Ons geloof is zeer strikt inzake labeuren op het privé-erf en bestraft herhaaldelijk zondigen met het eeuwig ketenen van de armen op de rug. En heel veel jeuk aan de neus. Wij zijn devote mensen en daarom uiten wij onze gezindte met een passie voor woekerplanten in de hoop ongeschonden en kriebelvrij het Nirvana te mogen betreden.

Druivelaars vormen een essentieel en uitvoerig onderdeel van deze intentie. Er woekeren ranken tegen de schutting bij de garage en over de rozenbogen aan het terras. De stokken op de pergola midden den hof hebben mettertijd hun weg gevonden naar het afdak boven het stookhout. Mijn Groote Liefde en haar piot vinden dat prachtig want een druivelaar is als sierplant onderhoudsarm en zeer vergevingsgezind: je kan er nauwelijks iets verkeerd mee doen.

Zonder dat het onze bedoeling is, hebben de klimplanten dit seizoen zichzelf overtroffen. De trossen zijn omvangrijk en talrijk, en naar Mijn Meisjes hardnekkig volhouden uitzonderlijk zoet (ik geloof de proevers op hun woord). De oogst aan vruchtjes is nauwelijks te overzien, uitgekiende weggeefacties ten spijt. Daarom suggereert Mijn Groote Liefde met een zekere aandrang – daarin gesterkt door enige commentaren op Social Media – het initiëren van Plan B: het confituren van de zoete bessen. Meer is er niet nodig opdat haar piot aan het experimenteren slaat.

Een eerste experimenten dienen zich snel aan: drie kilo proper gewassen en daarna geplette besvruchtjes gaat samen met de helft zoveel gegelatineerde suiker in de kookpot die normaal soep produceert. Het voortbrengsel is een rode confituur die zeer lekker is, al zeg ik het zelf. Helaas kan de jam Mijn Groote Liefde niet verleiden: de vele pitten en de occasionele schilresten zijn er teveel aan. Afvoeren die handel.

Gelukkig oppert het World Wide Web de mogelijkheid om gelei te maken. Het recept is eenvoudig: allereerst de druiven persen tot sap en vervolgens aan de kook brengen vooraleer dezelfde speciale zoetstof toe te voegen. De volgende dag neemt de piot met stamper en zeef vijf kilo druiven onder handen. Gezien het schrijnend gebrek aan glazen potjes met schroefdeksel is een grotere operatie niet wenselijk.

Het resultaat mag er zijn. De volgende ochtend besmeren Mijn Meisjes uit eigen beweging hun toast met de goudgele gelei. Dat het naar meer smaakt, hoeven ze geen twee keer te zeggen, temeer daar een uitgebreide bedelcampagne bij familie en vrienden een parmantig peloton bruikbare bekertjes heeft opgeleverd.

Een etmaal later gaat tien kilo trosbessen voor de figuurlijke bijl. Vanop veilige afstand aanschouwt Het Studentje met een spatje scepsis de piot en diens culinair geïnspireerde maneuvers en rijt daarbij (ongewild?) een oude, bijna vergeten wonde weer open: “Het lijkt wel een herhaling van de panacotta-historie.” (*)

Haar volgende woorden maken alles goed: “Mag ik dan een potje voor op mijn kot?”


(*) Over dat debacle weiger ik te schrijven.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.