Lach

Laatst verliep mijn bezoek aan het recyclagepark nogal ongerieflijk.

Een handvol dagen geleden hebben Mijn Meisjes en hun piot de druivelaars en de bomen in onze hof gesnoeid en geknot. We herhalen dit omdat sommige ingezetenen van Timboektoe na de hevige internetcrisis van de voorbije weken dit mogelijks gemist hebben.

Tijdens de groenopruiming betrap ik Mijn Meisjes op een kwalijke techniek: ze plooien en draaien de twijgen en ranken in de groenmanden, allicht in de veronderstelling dat dit sneller en efficiënter is. Met een brede glimlach (ze heeft geen andere) blaast Mijn Groote Liefde mijn bezwaren weg. Dat is geen probleem en zal het nooit worden, verzekert ze mij met de grootste stelligheid. Haar krachtige kordaatheid wurgt mijn tweede oprechte opmerking. Mijn voorgevoel vreest dat de takkenbossen te lang zijn met het oog op een probleemloos transport in Tootootje . Bevreesd en bedeesd als ik ben, hou ik die wetenschap voor mezelf.

Enkele dagen later volgt het marsbevel ter afvoering van de grote hoop snoeisel. Naar mijn voorzichtige schatting vereisen de vijf groenmanden (een oude vuilnisbak kreeg een tijdelijke promotie) en de behoorlijke berg bussels twee transporten. Mijn Groote Liefde ziet het anders. Volgens haar valt het mee en zal één enkele beweging volstaan.

Die namiddag gaat de achterbank van Tootootje neer en ontvangt de vergrootte autokoffer het stevig dekzeil dat steeds klaarligt voor dergelijke afvalprojecten. De groenmanden nemen al snel drievierden van het bagageruim in, en laten daarbij nauwelijks ruimte voor het sprokkelhout, zoals voorspeld door de piot. In een vlaag van masochisme whatsapp ik Mijn Groote Liefde een kort verslag en prompt volgt het antwoord: “Gewoon alles erin proppen”. Onder het motto “De Afwezigen Kunnen Niet Protesteren” vind ik de moed om dat advies straal te negeren en onderneem ik een eerste tocht naar het containerpark met enkel de voornoemde manden.

Op het trapje bij de groencontainer vervloek ik hemel en aarde. Een verwoede poging om de eerste groenkorf leeg te schudden leidt tot niks. Het snoeisel zit zo hard geklemd dat zelfs het meest heftig hotsen geen effect heeft. Helaas is een trend gezet: er zit niks anders op dan mand na mand met de hand de twijgjes, ranken en bladeren eruit te halen (en zelfs dat gaan niet zonder sleuren en trekken).

En nog is het niet gedaan. Tijdens de voorbereiding van de tweede rit weigert Tootootje de opgebonden takkenbossen slaafs te slikken. Stuk voor stuk zijn ze te lang voor het modeste wagentje. Mijn trots verhindert een tweede rapportering en met brute kracht plooi ik alle bussels in de kofferruimte. Het groen reikt tot het plafond. Achter het stuur kan ik ternauwernood het hoofd draaien zonder dat een hardvochtige twijg mijn gezicht schramt. De binnenspiegel is waardeloos, de rechter buitenspiegel zie ik niet. Het beroeren van de versnellingspook vergt enige lenigheid. Als bij wonder weet ik zonder ongelukken – en zonder politie-interventie onderweg – het recyclagepark te bereiken.

Tijdens het avond-appèl breng ik verslag uit van mijn wedervaren. “Dat is toch allemaal niet zo erg. Ik ben heel blij dat alle groenafval weg is,” lacht Mijn Groote Liefde mij toe.

Voor die lach doen we het.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.