Verkeersverstoringen

Laatst kwam des avonds het marsbevel om met de automobiel Het Studentje op te halen aan haar weekverblijf in de Fiere Stede.

De trouwe lezer(es) weet onderhand wel dat de wagen niet behoort tot mijn meest geprefereerde vervoermiddelen. En dat het grootstedelijke verkeer al helemaal niet mijn gekoesterde habitat is. Het mag dan ook geen verwondering wekken dat voor ondergetekende het rijden met De Blauwe Cavia van de Via Prosperità naar de Artevelde-stad geen hartverwarmende traktatie vormt. Hoe hard het karretje ook zijn best doet, het kan de lange streep saaiheid in de regen niet opvrolijken.

In een poging om de verveling te vermijden sla ik naar gewoonte aan het goochelen met getallen. Al snel verglijdt het tellen van gele auto’s naar het turven van vrachtwagens die ondanks de neerslag op de middenstrook inhalen en aldus een ondoorzichtig regengordijn over de volledige breedte van de snelweg sproeien. Vandaar is het een simpele stap naar het spotten van alle mogelijke verkeersregel-verloochenaars.

Naarmate de Fiere Stede nadert, overspoelt mij een akelig gevoel, want schier bij elke ademhaling aanschouw ik een vergrijp: roodrijders, bumperklevers, voorrangvergeters, zebrapadblinden en andere richtingloze voorsorteerders. Het bijhouden van de sinistere score is een taak die zelfs voor Herakles te heftig is.

Op de terugweg maak ik Het Studentje deelgenoot van mijn ergernis. Haar respons onthult voorwaar een gedeelde frustratie. Nog voor De Blauwe Cavia bij de Via Prosperità aanmeert, zijn we (andermaal) getuige van een ogenschijnlijk eindeloze colonne verkeersinbreuken en dat smeedt nog meer samenhorigheid.

Na het avondlijk aller-et-retour blaast een goed glas wijn rust in mijn hoofd. Onder het genotvol genieten van de Mediterrane nectar getuig ik op appèl bij Mijn Groote Liefde  van de vele aanschouwde verkeersverstoringen: van parmantige pekelzonden tot dwaze dwalingen, van ondeugende ongerechtigheden tot brutale bedreigingen. Zij zucht en mijmert met mij over deze gedeelte ergernis.

Zo de gelegenheid zich voordoet vragen Mijn Groote Liefde en haar piot zich af wat sommige mensen bezielt om (ook?) op de weg doof en blind te zijn voor elke vorm van elementaire beleefdheid. Naar onze goesting veel te vaak vragen wij ons keer op keer af waar, wanneer en waarom de gemeente dergelijke attitudes –  in het verkeer en elders – normaal en aanvaardbaar is gaan vinden.

Mocht dit telkens weer tolereren van laakbaar gedrag een ziektesymptoom zijn, dan heeft de maatschappij een waanzinnig woekerweefsel in het lijf. Mijn Groote Liefde en haar piot vrezen het ergste. En hoe graag ook sommige Teutonen het willen horen, geen enkel exogeen element heeft schuld aan dit treiterend carcinoom. We hebben het enkel aan onszelf te danken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.