Jazz

Laatst lokte een muziekaankondiging Mijn Groote Liefde en haar piot naar een kelder tussen de reien.

Het gebeurt wel vaker dat het team zich laten verleiden tot deze of gene culturele manifestatie, al moet het gezegd dat meetbare regelmaat ontbreekt. Zelfs voor de piot is het ijdel speuren naar lijn in tijd of thema.

Een gelegenheidstrio brengt jazz in “27b flat” en daar hebben ze in de Via Prosperità wel oren naar. Het is droog en niet winterkoud, dus gaat de transfer naar the place to be te voet. De stevige wandeling langs de bij avond gesloten winkelpanden, de ontelbare gemoedelijke restaurants naar allerlei cuisines en het brede palet levendige cafés onderstreept dat onze bakermat al lang niet meer de oude, doodse stad is uit het gelijknamige meesterwerk van de Franstalige Rodenbach. Bruges la morte: dat epitheton leeft enkel nog in het hoofd van nostalgici. En in de wereld van slechte en trieste karakters. De rijkdom van een metropool ontspringt uit culturele diversiteit, op straat, in parken en op pleinen, in eethuizen en kroegen, in galerijen en op podia. In Bruccia is het niet anders.

De naam van de concertlocatie klinkt Mijn Groote Liefde en haar piot niet onbekend in de oren. Evenwel verwijst de goedgekozen naam van de instelling niet langer naar een huisnummer. Oorzaak is de recente, schier gedwongen verhuis met een opmerkelijke voorgeschiedenis die hier niet ter zake doet. Het nieuwe onderkomen in het klassieke herenhuis overvalt en bevalt. Stijl en aankleding (“Kijk daar! Die prachtige foto van Miles Davis!!!) zijn Mijn Groote Liefde en haar piot niet vreemd; het ontbreken van een podium is dat wel.

Een van de kerels aan de tapkast kijkt uitnodigend. De imposante zwarte man is twee koppen groter dan de piot. Zijn smetteloos wit hemd en idem dito jeans verhullen een ongetwijfeld atletisch lijf. “Ja, er is hier vanavond een concert,” bevestigt een diepe, van wereldklanken doorspekte bariton en hij gidst Mijn Groote Liefde en haar piot naar een achteraf gang waar onder meer een handvol gyproc-platen getuigen van recente verbouwingen. Een schamel kelderdeurtje onthult een steile trap en ontsluit meeslepende klanken.

Op het podium geeft het trio Ukko Heinonen (sax), Soet Kempeneer (bas) en Kobe Gregoir (drums) het beste van zichzelf: eigen interpretaties van jazzstandards, afgewisseld met eigen composities, zoals dat gebruikelijk is. De trommelaar kennen we: het is niet de eerste maal dat wij hem cimbalen en membramen zien en horen beroeren. Dat Mijn Groote Liefde en haar piot zijn ouders kennen, speelt natuurlijk ook mee. De contrabas roept herinneringen op aan eerdere concerten met de tamboer in een hoofdrol. De rietblazer is nieuw, al verraadt na afloop zijn kennis van de lokale brouwerijen dat onze contreien hem niet vreemd zijn. In een Scandinavisch klinkend Engels legt hij haarfijn uit waarom volgens hem Straffe Hendrik zoveel beter is dan Brugse Zot. Een ervaringsdeskundige, zoveel is duidelijk. Bij een opus naar het einde toe, bewijst een Taiwanese frêle fiedelaarster dat een klassieke scholing jazzy dissonanten aankan.

Een keurig concert, een goede portie gegist gerstensap en de tedere arm van Mijn Groote Liefde: bij de terugkeer naar de huisstede zijn voorwaar alle ingrediënten present voor een romantische balade.

Totdat aan La Puerta de Santa Cruz de roep van de natuur zelfs de beste improvisatie overstijgt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.