Knikjesvrees

Laatst daagde het vermoeden dat sommigen lijden aan knikjesvrees.

Tijdens dit seizoen van het vileine virus schuwen Mijn Groote Liefde en haar piot het buitenkomen niet. Let wel: ze blijven wel degelijk in hun kot, uitgezonderd elke over andere dag. Dan trekken ze hun loopschoenen aan voor een rustige jogging (dixit Mijn Groote Liefde) of een rondje afbeulen (aldus de piot). De gezonde buitenlucht opzoeken is geen origineel idee, vooral niet in deze tijden, zodat de ingezetenen van de Via ProsperitĂ  vaak veel mensen kruisen of voorbijsnellen.

Nu is Mijn Groote Liefde een heel super-vriendelijk en lief meisje, terwijl de piot ook wel zijn best doet. Onder het rennen krijgt iedere tegenligger of inhaler heel spontaan een “Goeiendag” of “Goedenavond” toegeworpen, naargelang de stand van het etmaal. Helaas blijkt de laatste tijd steeds vaker dat niet iedereen daarvoor open staat, want meer en meer passanten negeren met vijandige volharding het saluut.

Het heeft geen nut iedereen te groeten,” zucht een fris ogende Mijn Groote Liefde nadat een zoveelste grimmige azijnpisser haar begroeting straal negeert, “Als er geen oogcontact is, heeft het al helemaal geen zin.” “Dat kan wel zijn,” hijgt de piot, “Maar als je die pipo’s keihard begroet, dan pest je hen met jouw vriendelijkheid. En dat is plezant.” Vervolgens zwijgt hij, want het praten gaat moeizaam. “Het is precies erger geworden,” voegt Mijn Groote Liefde er nog aan toe, verwijzend naar het groetgedrag, niet naar de conditie van haar gemaal.

Over dat afkalvend groeten moet de piot toch even nadenken.

Voor zover de waas voor zijn ogen het toelaat, gaat de piot de andere stervelingen observeren, hopend op een epifanie. Wat verder op de martelgang is het hem duidelijk: niet zozeer de frequentie van het teruggroeten is veranderd, wel de intensiteit waarmee het gebeurt. Het lijkt alsof de vriendelijke mensen veel openhartiger zijn geworden, en dat de barse boeren hun starre stuursheid naar nieuwe hoogten hijsen: tegengerichtheid op z’n smalst.

In de samenleving is polarisatie een even triestig als gekend fenomeen, vooral na het doorbreken van maatschappelijke kankers zoals Den Donald, BDW en andere Le Pens. Nu lijkt ook het vileine virus Covid-19 naast een letterlijke uiteendrijving wegens smetvrees ook een figuurlijke verwijdering te veroorzaken. Een geleerd iemand filosofeerde dat een pandemie altijd het schoonste en het lelijkste in de mens naar boven haalt. En dat blijkt uit de begroetingen: mooie mensen bloeien fraaier; slechte schepsels tuimelen lager. Corona baart Knikjesvrees.

Mijn Groote Liefde haalt haar schouders op: “Dat kan wel zijn, maar ik zal er mijn slaap niet voor laten.” Zoals gewoonlijk geeft de piot haar gelijk: “Maar ik blijf begroeten. En hoe barser hoe harder.”

Bij de volgende passant is het prijs. Een snibbige blik is het antwoord op de luide “hallo“, net alsof de piot hardop een hoogst oneerbaar voorstel doet. Het uitbundig giechelen van Mijn Groote Liefde wakkert het opspattend chagrijn nog aan.

Knikjesvrees bestrijden is fun.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.