Ellende met logies

Laatst verdiepte de haat-liefde-verhouding van Mijn Groote Liefde met de logies-suggesties van haar motor-gps.

Aficionado’s weten het wel: Mijn Groote Liefde en haar piot zijn grote Harley-fans. Dat de Milwaukee Vibrators elk jaar opnieuw een belangrijk onderdeel van hun zomervakanties zijn, is al evenmin een geheim. Niet voor het eerst trekken zij deze zomer naar het zuiden, naar de Provence ditmaal, en opnieuw is de formule: “motorrijden over departementale wegen met een tentje en toebehoren op het bagagerek“.

Een duidelijke taakverdeling is ergens in de pre-historie gebeiteld in marmer. De piot zoekt de weg en al de rest neemt Mijn Groote Liefde voor haar rekening: het inlassen van rij-pauzes en het keuren van de stopplaatsen, het opstellen van het menu voor ontbijt, koffiepauze, lunch en avondeten, en het determineren waar het zeildoek hen bescherming zal bieden tegen de nacht.

Die laatste opdracht volgt een gestelde procedure. Zodra via de intercom eensgezindheid is over het initiëren van de queeste, schakelt Mijn Groote Liefde de kennis van haar gps in om hen naar de dichtstbijzijnde geschikte kampeerplaats te loodsen. Dat loopt niet altijd van een leien dakje en dit keer is het niet anders. En ook deze reis krijgt de laatste avond on the road een bijzonder prijzig kleurtje. Het lijkt een traditie te worden.

Luister naar hun verhaal.


De eerste avond valt het nog best mee. We landen in Lac Vert Plage in Dun-sur-Meuze. Dat het cafetaria van de gezellige camping aan de oevers van een grote zwem-, speel- en vaarvijver (eigenlijk een stuk dode Maas) wordt uitgebaat door een HD-eigenaar, is natuurlijk leuk meegenomen. Dat schept een band.

Toch start het grote jolijt pas wanneer op een perceel schuin achter ons een bonte bende met onduidelijke familiestructuur een tent als de onze willen oprichten. Waar wij in amper 10 minuten de klus klaren, bestuderen de jongemannen uit het gezelschap een half uur later nog steeds het plan, terwijl voorwaar nog geen enkel piket in de grond zit.

Wanneer zij uiteindelijk slagen in hun opzet, verdwijnen de kerels uit het gezelschap met één van de twee wagens om snel terug te komen met een grote zak houtskool, een stapel vlees, borrelhapjes, een bussel stokbrood en een krat rosé. En weinig tot geen groenten.

Tegen dat wij de slaapzak opzoeken, trekt het bbq-feestje zich pas goed op gang, met alle parloteren van dien, tot ongeveer half twaalf.

De tweede avond gidst de gps van Mijn Groote Liefde ons naar Camping de l’île in Ranchot, gelegen aan een rivier met de dubieuze naam “Le Doubs“.

Vanuit de uitgang van onze tent hebben wij een zeer mooi zicht op een stuw, waar constant over de hele lengte een watermassa tuimelt. Bij aankomst weet de aardige terreinbeheerder te melden dat wegens werken de volgende ochtend vanaf 7 uur het water afgesloten is, waarschijnlijk.

De gehele nacht hoor ik water stromen, letterlijk en figuurlijk, waardoor ik des ochtends door plasdrang tijdig wakker ben om toch nog een douche te kunnen nemen. Mijn Groote Liefde volgt mij daarin.

Het betert niet de derde avond. Na een etmaal draaien en keren door haarspeldbochten en andere fraaie fantasietjes die de Alpen in petto hebben, is Mijn Groote Liefde nabij Le Bourg-d’Oisans zodanig tureluurs dat de eerste beste kampeergrond goed genoeg is. En dat is Camping La Cascade aan de voet van de legendarische klim naar Alpe d’Huez.

De luxueuze grond biedt een verlaten indruk. Een van de twee sanitaire blokken en de cafetaria/bar/winkel zijn gesloten. “Het virus heeft hard toegeslagen,” bekent het vriendelijke wicht van de receptie, terwijl zij onze smartphones aanneemt voor een oplaadbeurt. Gelukkig hebben we nog wat porties gedroogde noedels in de zadeltassen en wat later pruttelt het gasvuur gezellig, terwijl ik honderduit vertel over mijn fiets-ervaringen in deze omgeving.

Wanneer we de slaapzakken dichtritsen, dringt letterlijk tot ons door wat de eigenaar inspireerde in zijn zoektocht naar een naam voor zijn camping. Op amper honderd meter naast onze tent, stort een stroom zich met oorverdovend lawaai de vallei in. We slapen naast La Cascade du Sarenne.

’s Ochtends kan de verkwikkende douche de gestoorde nachtrust niet volledig herstellen. Met een dof gevoel tussen oren en ogen trekken we verder zuidwaarts.

Op de eindbestemming na de urenlange rit door de Provencaalse bakoven (38°) maakt de duik in het frisse zwembad (28°) veel goed, maar niet zoveel als het wachtend bed.

Na een 3-tal dagen in het hemels paradijs is het tijd voor de terugkeer.

De eerste avond van de retour raakt Mijn Groote Liefde op de parking van een Intermaché nabij Thiers aan de praat met een inboorlinge met respect voor onze passie. Zij geeft ons een schijnbaar gouden tip: een camping, zeer rustig gelegen met naar zij beweert een schitterend uitzicht over de vallei. We geloven haar op haar woord, zeker wanneer Mijn Groote Liefde de plaats op haar gps terugvindt.

Op weg naar de camping botsen we bij het verlaten van de hoofdweg op een “Route Barrée“. De “Déviation” leidt nergens heen waarna we ontmoedigd de route richting België vervolgen, tot Mijn Groote Liefde op haar Garmin nabij Orléat een nieuwe camping ziet opduiken. Gelijk neemt zij het commando over en gidst ze ons naar “Camping Le Pont Astier“, genoemd naar het nabijgelegen dorpje, aan de oevers van het riviertje de Dore.

Een vriendelijke en grappige dame wijst ons met hese stem een keurig en schaduwrijk plekje aan, die we gretig aanvaarden. Na het installeren proberen we in de bar met een Desperado (Corona hebben ze niet) de hitte weg te spoelen. Tegelijk vernemen we dat op deze vooravond van de quatorze juillet de keuken enkel op reservatie Paëlla serveert. Gelukkig hebben wij nog wat in de koffertassen en rond half-tien gaan de ritsen dicht.

Nog voor we de slaap kunnen vatten, dringt een doffe boenke-boenke-boenke tot ons door. Wanneer een eerste oorverdovende claxon alle doden sinds 100 jaar in de wijde omgeving wekt, barst het feestgedruis goed los en gaat het van luid naar keihard. Die toeter is blijkbaar een geliefkoosd instrument aan de draaitafel, afgewisseld met een oude brandweersirene, beiden al dan niet digitaal.

Luisterend naar het aanzwellend beat-geweld meen ik om het half uur, drie kwartier een andere stijl en muziekkeuze te bespeuren. Rond één uur ’s nachts neemt de kwaliteit van de deejays af en iets na vier uur valt het dance-gedreun helemaal stil.

Het is een korte nacht. Dat kan gebeuren wanneer je camping grenst aan een stroom met aan de andere kant een festivalweide, vooral in combinatie met de vooravond van de Franse Nationale Feestdag.

Na de helse nacht (door de boenke-boenke-boenke-muziek, niet door iets anders!) besluit Mijn Groote Liefde dat ze de laatste overnachting van onze reis zo kort mogelijk bij huis wil houden: “We rijden vanavond zolang mogelijk en zoeken dan een Municipale. Dat zijn meestal heel rustige campings in landelijke gemeentes.

Geheel naar haar wens zoeken we pas in de late namiddag naar een avondlijke pleisterplek. Heel snel vindt Mijn Groote Liefde op haar gps een zogenaamd parkdomein. Tijdens het naderen van de eindvlag merk ik nergens wegwijzers naar de camping. Aan de gesloten toegangspoorten is snel duidelijk waarom: het domein is een bungalowpark dat bovendien gesloten is.

Geen nood, op de Garmin openbaart zich enkele tientallen kilometers verder voorwaar een Municipale. Na wat gevloek en zoekwerk staan we ook daar voor een gesloten poort. De krachttermen zijn er niet minder om.

De piot begint reeds net als vorige reizen te denken aan een motel/hotel als laatste overnachting, totdat Mijn Groote Liefde in het relatief nabije Verdelot nog een Caravaning de la Fée nabij een Parc de l’Etang ontdekt. “Daar zal het rustig zijn,” weet zij stellig.

Het eerste wat wij zien zijn stacaravans, wat spelende kinderen en gesloten slagbomen. De receptie is dicht dus bel ik de concierge. Plots opent een slaperige man de deur van de receptie en hij heeft voor ons een onheilspellende boodschap: “Ceci n’est pas un camping. Je ne peux pas vous aider.” Zich verontschuldigend verduidelijkt hij op tien verschillende manieren dat de plaats een residentieel park is en dat het syndicaat van de eigenaars geen kampeerders duldt.

Mijn Groote Liefde legt zich op haar stuur en zucht smekend dat zij moe is. Haar ellende is niet geveinsd en dat breekt het hart van de conciërge: “Je kan hier niet kamperen, maar ik kan wel een leegstaande stacaravan verhuren voor één nacht, of meerdere dagen zo je wil.

De prijs die hij noemt is erg pittig, maar dat kan ons niet schelen. Eindelijk hebben we uitzicht op een rustige slaap. Voor de man de sleutel overhandigt, moeten we nog beloven dat we niet voor 9u de Harleys te opstarten. Het is een voorwaarde waar we graag op ingaan. Ons is een ongestoorde nacht in een echt bed beloofd, en daar kan de aangekondigde regen niks aan veranderen.

De laatste dag start laat en gaat over rustige Départementales, iets drukkere Routes Nationales en de tolvrije snelwegen in Le Nord naar de Belgische A17 die ons tot nabij de Via Prosperità brengt.

Net op tijd voor de namiddagkoffie denderen wij ons straat binnen. Op de oprit wacht Panter Willem op ons. Hij doet net alsof hij ons heel erg gemist heeft (de verhalen van Het Studentje en Tante Faffy spreken dat tegen).

Een telefoontje later zitten we op een terras alwaar het Werkstudentje ons uitbundig begroet. Voor Mijn Groote Liefde komt een koffie verkeerd op tafel. Ik hou het op een pittig blondje.


Nog op het terras zweren Mijn Groote Liefde en haar povere piot dure eden, die ze allicht tegen de volgende uitstap vergeten zullen zijn.

Volgende keer gaan ze veel vroeger in de namiddag naar een kampeerplaats speuren. Dat schept ruimte en reserve voor een langere queeste. Tevens beloven zij elkaar plechtig voortaan het omgevingslawaai te registreren en te informeren naar avondlijke en nachtelijke activiteiten in de onmiddellijke omgeving, alvorens de boeking te valideren.

Of Mijn Groote Liefde al dan niet verstandig omspringt met haar gps en de informatie daarop, laat de piot wijselijk in het midden. Zijn gezondheid is hem dierbaar.

Bij het volgende rondje (een cola en een nog een blondje) lachen Mijn Groote Liefde en haar piot hartelijk om de duidelijke constante in al hun meerdaagse motoruitstappen: de laatste overnachting is steevast de duurste.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.