‘Alcohol-uitzweet-loopje’

Laatste onderging de piot nog maar eens een marteling. Het was het waard.

Mijn Groote Liefde is jarig en daar hoort wat feestgedruis bij, want niet iedereen wordt voor de eenentwintigste keer zesendertig lentes. Toevalligerwijs is het vrijdag en daarom mag het wat extra zijn. Dien Van Den Vaart hoort van de happening en wil best op haar gezondheid klinken. (Hij zit in de bubbel, dus het mag). Het festijn begint met een sobere gin-tonic, gaat verder met een redelijke besproeide en volgens de regels van de kunst huisbereide spaghetti bolognaise om te eindigen met een zoektocht naar het flessengeluk.

De volgende ochtend staat volgens afspraak een heilzame jogging in het nabijgelegen bos op het programma. Tot zijn grote vreugde stelt de piot bij het ontwaken vast dat de gevreesde kater is uitgebleven, waarschijnlijk door de geregelde vochtopname gedurende de nacht. Na een bol havermoutpap en een scheut straffe koffie kan hij er weer tegen en dra bindt hij op bevel de loopschoenen aan.

Zonder morren overbrugt de bejaarde gezinswagen de dikke drie kilometer naar het nabijgelegen natuurgebied rond het militair oefenterrein (om begrijpelijke redenen oefent de marine het bestrijden van scheepsschade bij voorkeur op land).

Het joggen gaat heerlijk. Mijn Groote Liefde ontdekt een nieuw weggetje. Meanderend door een jong bos gaat het naar de gekende wandelpaden tussen mensenleven-oude bomen. De namiddaghitte is veraf, de heerlijke bosgeuren verheffen de zinnen en de verraderlijke struikelstronkjes houden zich koest. Kortom: het leven lacht de piot toe.

Ongeveer halverwege het vooropgestelde parcours draaien de eenzame joggers rond het kasteel naar de grote dreef. In die schijnbaar eindeloze groene tunnel sukkelt de piot in een metamorfose. Zijn benen verslappen tot vloeibaar rubber, zijn spieren eroderen tot knarsende verroeste kabels en zijn ooit energiek pompende longen ruimen plaats voor natte dweilen. Mijn Groote Liefde dartelt kwebbelend verder en merkt nauwelijks hoe de zwalpende piot steeds meer terrein prijs geeft.

Allicht gealarmeerd door de verzwakkende reutel kijkt zij achterom en houdt de pas wat in: “Gaat het?” De piot antwoordt met klem zo uitgebreid als hij kan: “Ja-euh!” In zijn hoofd woedt een woeste worsteling. Daar ergens aan het einde van de allee weet hij de auto staan. Zijn ervaring fluistert hem in het oor dat Mijn Groote Liefde een hectometer verder links aan een paadje opnieuw het bos induikt. Zijn verstand schreeuwt dat hij moet volgen en volhouden, en niet zozeer omdat het marsbevel dat voorschrijft, wel omdat het hem deugd zal doen. Denkt hij.

Zoals het een goede piot betaamt, verbijt hij de pijn en volgt.

Een handvol prachtige groene kilometers verder draait het treintje de oude spoorwegbedding op. Ondertussen heeft Mijn Groote Liefde een importante beslissing genomen: “Loop jij maar voor. Dan moet ik niet voortdurend achterom kijken om te zien of je nog kan volgen. En vertragen…” Het is een dictaat als een ander, maar eentje dat de piot in zijn hart sluit.

Op een boogscheut van de wagen schakelt Mijn Groote Liefde over op stappen. De verbazing en het verbazend protest van de piot wuift ze weg: “Het is genoeg geweest. We gaan de rest wandelen. Dat is goed voor je spieren.” Halverwege stopt ze nog even voor een selfie die ze met een stout bijschrijft wereldkundig maakt: “Alcohol-uitzweet-loopje.

De piot zucht en zwijgt, want het is de waarheid.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.