Insubordinatie

Laatst verbaasde de piot vriend en vijand met op zijn strepen te staan in het aanschijn van zijn generaal, Mijn Groote Liefde.

Op het sobere uniform van de piot schittert slechts met één piepkleine medaille, met name dat van Dociele Soldaat Eerste Klas. Dit ereteken geniet grote zorgzaamheid en koestering, want de drager heeft er hard voor moeten knokken. De generaal heeft niet de gewoonte om met complimentjes te gooien, tenminste niet naar haar voetvolk. Dat vindt de piot helemaal niet erg, integendeel. Het geeft meer glans aan het lintje dat hij tenslotte helemaal niet gestolen heeft. En hij ís een trouwe volgeling.

Doorgaans volgt de piot alle dictaten, marsorders en sommeringen van Mijn Groote Liefde nauwgezet op. Zo de wind goed zit, durft de goede huisvader wel eens voorzichtig de grenzen van elke bevel aftasten, maar ook niet meer dan dat. En toch: heel af en toe dwingt een situatie de piot tot (latent) verzet. En die attitude is voorwaar niet zonder gevaar voor lijf en leden.

Die zaterdag verbant Mijn Groote Liefde de piot naar de zolder: “Ik ga het gelijksvloer onder handen nemen. Weg gij!“. De emmer en de vloerwisser in haar handen onderstrepen dit voornemen. Voor hij met groot plezier het marsbevel aanvaardt, laat de piot met meer aarzeling dan durf haar beloven dat zij de gelegenheid niet zal misbruiken om in haar eentje meubelen te versjouwen. Het parket heeft nu al meer sleepsporen dan goed is voor zijn hart. Vervolgens trekt de piot zich twee hoog terug in zijn zogenaamd “schijvershok” (enig gevoel voor overdrijving is hem niet vreemd).

Knus aan zijn schrijftafel onder het openstaand dakvenster laat hij zijn fantasie los op het fictieve personage Maurice en diens verhaal in wording. Plots verpulvert een massief lawaai van versplinterend glas dat parallel universum. Hoog onder de dakleien lijkt het alsof een batterij kristallen kroonluchters aan diggelen is gevallen, evenwel herbergt de Via Properità geen dergelijke ornamenten. Als een getraind commando stormt de piot naar de begane grond, vrezend voor het ergste. In La Cuisine betrapt hij Mijn Groote Liefde terwijl zij druk in de weer is met de stofzuiger.

Nog voor hij zijn vraag kan presenteren, omschrijft Mijn Groote Liefde op haar typisch nonchalante manier wat de bron van de helse herrie is: “Ik was de keuken aan het afstoffen. En de schalen op de vensterbank. Ik verschoof een van die glazen kommen om beter aan het blad te kunnen en hij viel. En dan nog ene. En nog ene… Enfin: ik hoop dat alle scherven nu weg zijn, want ik zou niet willen dat Magnifieke Marcel splinters in zijn poot krijgt.

De piot kijkt naar de richel die plots wat leger is, zwijgt en haalt zijn schouders op. Vervolgens draait hij zich om en klimt met gerust gemoed de twee trappen op en probeert de draad van zijn gedachten weer op te pikken. In La Cuisine verstommen alle geluiden.

Een hele poos later hoort de piot door het open dakraam het zingen van de elektrische heggenschaar. De wetenschap dat Mijn Groote Liefde de hagen aan de voordeur, de rozenboog en de oprit onder handen neemt, snoeit zijn concentratie. Gelukkig blijven aanvullende en meer verontrustende klanken achterwege en zodra het knetterend knotgezoem verstilt, ontspant hij. Totdat hij een handvol minuten later een heel langgerekte “Oh shiiiiiiiiiiiit” mag aanhoren.

De piot zucht, staat op en huppelt rustig de tweeëndertig treden af. In de tuin staat Mijn Groote Liefde naast een opengeklapte trapladder en staart omhoog naar de terras-guirlande. De aanwezigheid van de piot lijkt wel het sein om in een onbedaarlijk giechelen uit te barsten: “Ik wilde de druivelaar snoeien, en plotseling dacht ik ‘die tak is wel taai‘ en kijk, het is de elektriciteitsdraad van de verlichting. Kapot. Doorgesneden. Enfin: ge weet nu wat doen straks.

De kabelt hangt er triestig bij en de piot murmelt: “Met uw goedkeuring zal ik dat maandag wel fixen.” Want dan is zij aan het werk, denkt hij erbij maar dat durft hij niet zeggen. Tot zijn opluchting knikt Mijn Groote Liefde instemmend. Dat is voor de piot voldoende om opnieuw de veiligheid van zijn man cave op te zoeken.

Amper is de rust van zijn schrijvershok over hem gedaald, of de piot hoort door het openstaande dakraam hoe de elektrische boomzaag een horrorlied aanheft. Als een duivel uit een doosje stormt hij naar beneden en trekt de stekker van de verlengdraad uit het stopcontact. Het klauwend instrument zwijgt. Mijn Groote Liefde kijkt de piot verbaasd aan.

Het is genoeg geweest voor vandaag. De rest kan wachten. Is er niets anders dat je zou kunnen doen. Koekjes bakken of zo.” zegt de piot met de grootste stelligheid. En dan herinnert hij zich plotseling de vorige baksessie: “Of we kunnen samen een lange wandeling maken met de hond.

En zo geschiedt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.