Verzopen

Laatst ging de piot kopje onder. ’t Is te zeggen: letterlijk bijna en figuurlijk helemaal.

Vaak sloffen Mijn Groote Liefde en haar piot tijdens hun zondagse ochtenddraf in het Felthem voorbij het oefenterrein van de vermaarde Survivalrun Club West-Vlaanderen. Deze bende kloeke kerels en fiere freules zijn te herkennen aan hun hemelsblauw t-shirt en zwarte tight, textielstukken die naarmate de training vordert steeds meer zijn opgesmukt met moddervegen en soms een streepje slootwater. De Survivalrun die zij prediken, is nu eenmaal een nogal veelzijdige buitensport, waarbij de atleten leven en trainen om met grote regelmaat door de natuur te hossen waarbij ze elke al dan niet natuurlijke hindernis als een persoonlijke uitdaging zien. Alle denkbare en schier ondenkbare hindernissen lusten zij: doorwaadbare beken, omgewaaide bomen en de onderkant van bruggen, maar ook touwhindernissen, klimnetten, krachtproeven, evenwichtsoefeningen, boogschieten, kajak, houthakken enzovoort. Bazooka-schieten, zwaardgooien en granaatontmantelingen zijn er (voorlopig) nog niet bij.

Die zondagochtend houdt de de voorzitter van de Survival-bende de vreedzame joggers van de Via Prosperità staande en vraagt op de man af of ze geen zin hebben in een deelname aan de Survivalrun Brugge-Damme-Brugge die zijn club een dikke maand later organiseert. Mijn Groote Liefde en de piot halen unisono hun schouders op: “We zien wel. We zullen er over nadenken.” Tegen dat de compagnie vijf minuten later halt houdt voor de Via Prosperità, heeft de generaal haar besluit klaar: “Wentaing! We gaan daar aan meedoen. We moeten dat ook eens meemaken.” Zoals het een goed soldaat past, regelt de piot nog diezelfde avond cyber-gewijs hun inschrijving als een recreanten-koppel onder de naam “Via Prosperità“.

Naarmate het evenement nadert, sluipt twijfel in het hart van Mijn Groote Liefde. Wanneer haar beste vriend – een “viking” pur sang en actief lid van de Survivalrun Club – hoort van haar plannen, schudt hij meewarig en vol medelijden het hoofd: “Beseft ge wel waar je aan begint? Weet je wel wat je te wachten staat?” Op die vragen weet Mijn Groote Liefde niet direct een antwoord. Vervolgens toont hij haar foto’s van voorgaande events en beschrijft de aard van de uitdagingen. “Zonder krachtige armspieren kom je er niet,” besluit hij zijn pleidooi.

Die woorden missen hun doel niet. Een paar dagen voor het event onthult Mijn Groote Liefde bij het ontbijt schoorvoetend haar vrees: “Ik heb vannacht gedroomd van de Survival Run en dat was niet leuk. Het was een nachtmerrie.” Het schamper lachje van de piot wuift zij weg met een plechtige vaststelling: “We gaan dat nooit kunnen. Ik heb helemaal geen kracht in mijn armen. We zullen afgaan als een gieter.

De piot haalt de schouders op en relativeert: “En wat dan nog. We zijn ingeschreven als recreant. We krijgen aangepaste obstakels voorgeschoteld. We gaan meedoen voor de fún. En niemand kan ons verplichten alle hindernissen te nemen. Als iets niet lukt, laten we dat gewoon links liggen.

En dan is het grote moment aangebroken. Met haar schoon lijfje boordevol toxische zenuwen huppelt Mijn Groote Liefde aan de start de koude van zich af. Eén van haar klantjes zit met een paar vrienden in dezelfde startgroep en al snel vernemen wij dat ook zij helemaal niet klaar zijn voor wat de Survivalrun dreigt te serveren. “We hebben ons letterlijk in een zatte bui ingeschreven,” zegt het klantje in vertrouwen en voegt er voor de duidelijk aan toe: “ZAT en niet ZOT.” Op slag zweren de drie koppels elkaar met raad en daad bij te staan en ontstaat aldus een bondgenootschap voor één dag.

Direct na het symbolisch startschot (“start” roept de dame aan de gigantische digitale chronometer na een plechtig aftellen) volgt de eerste hindernis. Het meezeulen van een onvervalste vaderlandsche zandzak onder balkjes en onder een gigantisch fijnmazig net vindt de giechelende groep heel leuk. De daaropvolgende hindernis wat verder zet meteen de toon en die is van een heel andere aard. Een ingewikkelde brugachtige constructie brengt de deelnemers naar de andere oever van de eerste en lang niet de laatste gracht. Een klimplank met voetsteunen en touwen leiden naar de top waar een afdaling langs een wiebelend klimnet wacht. Mijn Groote Liefde slaakt een kreet zwanger van paniek. Bij het onstabiel tuimelen over de top (een dikke horizontaal geplaatste boomstam) op relatief grote hoogte schiet zij in een verkrampt beven. Met de nodige aanmoedigingen en fysieke steun slaagt zij zonder gebroken botten de hindernis te overwinnen.

De derde uitdaging drukt de piot genadeloos met de neus op de feiten. Vijfentwintig kilo en nog meer lentes doen wat met een mannenlichaam. Alle touwklimvaardigheden uit zijn tienerjaren en de daaropvolgende dienstplicht, zijn spoorloos verdwenen. De techniek kent hij nog wel, maar daarmee alleen geraakt hij nog geen meter van de grond, laat staan dat hij op het einde van het touw over de reling kan rollen. Gelukkig voor zijn danig beschadigd ego faalt ook Mijn Groote Liefde. Nauwelijks een kilometer ver is team Via Prosperità reeds gediskwalificeerd. En met hen ook de rest van de tijdelijke vriendengroep, want ook zij halen het niet. De opzichter knipt met een brede grijns op het gezicht de controlepolsbandjes stuk. Dat verhindert het bondgenootschap niet om vol goede moed en sloten hoop op veel plezier de rest van de run af te werken. Wat volgt zijn variaties op hetzelfde thema: klauteren langs touwladders en balken (lukt behoorlijk), klimnetten (sommigen wiebelen vervaarlijk) en klimtouwen (het zwarte beest van iedereen). Bij elke hindernis met touwklimmen zet het team Via Prosperità en vennoten hun diskwalificatie meer kleur bij.

Halfweg de kortere recreantenlus vervoegen de eerder gestarte deelnemers aan de langere (competitie-)afstanden het parkoers. Voor een ingewikkelde opstelling met allerlei aaneengeschakelde proeven die overduidelijk een grote armkracht en kennis van een speciale techniek vereisten, staat een ontmoedigend lange rij wachtenden. De piot monstert het tafereel en lanceert een fel gesmaakte suggestie: “En wat als we deze hindernis in zijn geheel overslaan.” In de gelederen van het tijdelijk bondgenootschap weerklinkt geen protest.

Rustig joggend zet de bende zich in beweging naar de volgende opdracht. Dat is een combinatie van twee obstakels die zich beiden ontplooien rond een waterloop. Eerst dalen de deelnemers langs de oever af tot onder een brug over de beek. Daar stappen de sukkelaars tot aan hun middel het water in en schuifelen op de tast over een richel onder de brug naar de andere kant. Eens terug op de oever brengt een zogenaamde pontonbrug bestaande uit vier stroken rondhout met ertussen een breed gapende kier hen naar de overkant. Eenmaal veilig en wel aan het wandelpad op de andere oever, staat een volgende klimtouw-marteling te wachten.

De piot gaat als eerste het ijskoude water in. Mijn Groote Liefde gilt haar twijfels uit: “Oh… My… God… . Moeten we daar door? Wentaing! Ga je mijn hand vasthouden? De piot negeert haar. Tastend met zijn voet vindt hij wat lijkt op een stenen boord en stapt met kleine bijtrekpassen vlot tot midden onder brug. Plots glijdt zijn voet weg en verliest hij elk houvast. Zijwaarts tuimelt hij in de sloot. Een bijtende koude schroeft zijn longen dicht. Achter zich hoort de piot Mijn Groote Liefde in doodsangst schreeuwen, terwijl het in zijn hoofd oorverdovend galmt: “Rustig blijven. Kalmte. Maak een zwembeweging om het hoofd boven water te houden.” Twee schoolslagen later heeft de piot opnieuw vaste grond onder de voeten. Opgelucht schuifelt hij onder de brug vandaan.

Met de allures van een kletsnat kieken (in alle betekenissen van het woord) wacht hij aan de oever voor het ponton op Mijn Groote Liefde. Met ogen overstromend van medeleven komt zij vanonder de brug geklauterd: “Wentaingstje toch! Gaat het? Heb je het niet te koud?

De piot wuift haar oprechte bezorgdheid weg: “Het eerste moment kneep de koude mijn adem af. Nu gaat het beter. Ik ben kletsnat maar zolang ik in beweging blijf komt het wel goed.” En zo geschiedt. De daaropvolgende proeven werkt het team Via Prosperità en hun volgelingen met wisselende intensiteit af. Het “touwdansen” met de hulp van een gigantische “wandelstok” lukt nog net, net zoals het oversteken van een brug via de buitenkant van de reling. Bij de volgende oeververbinding is het weer prijs: de deelnemers moeten via een balk onder de brug en door het water naar de overzijde. Hoewel een paar “tijdelijke vrienden” de uitdaging wel wil aanpakken, heeft de piot geen zin in nog een plonspartij, net zo min als Mijn Groote Liefde. Wanneer team Via Prosperità alleen verder trekt, valt het tijdelijk bondgenootschap uit elkaar. Pas na de aankomst volgt een hereniging.

Na “het afscheid” bereiken Mijn Groote Liefde en de piot snel de volgende opdracht. Nauwgezet bestuderen zij de zogenaamde “catcrawl“. Vier sets van twee parallelle kabels overspannen de sloot die op die plaats wel heel breed is. Zoals de naam doet vermoeden, moeten de deelnemers als een kat over de dikke touwen naar de andere oever kruipen. De opzichter wijst naar het geknakte riet en blaast het laatste restje twijfel weg: “Er zijn al negen deelnemers in het water gevallen en kopje onder gegaan. Zeven van hen zijn onderkoeld afgevoerd.

Een potentieel tweede ijsbad ziet de piot helemaal niet zitten. Ook Mijn Groote Liefde heeft er geen goed oog in: “Kom. We joggen terug naar de brug en sluiten aan de overkant opnieuw aan op het parcours.” Dat brengt hen naar het speelbos waar een handvol ronde balken wachten op tuimelende deelnemers. Halverwege de tuimelproef is het vat van de Via Prosperità helemaal leeg. Met uitzondering van de eindopdracht, resten er nog twee obstakels: relatief eenvoudige ladderconstructies om vaste omheiningen te overbruggen. Op de laatste installatie verwelkomen drie proeven de recreanten: op en neer klauteren over klimnetten, lopen over een wiebelende evenwichtsbalk tussen twee klimnetten en tenslotte buikliggend kruipen over rondhout. Bij dat laatste stopt het onverbiddelijk voor team Via Prosperità. De opzichter wil hen terugsturen om de proef toch af te werken, totdat de piot zijn naakte pols toont en het toverwoord prevelt: “We zijn geknipt.” En serieus verknipt om dat allemaal vrijwillig te willen doen, denkt hij erbij. Maar die gedachte verdampt.

Amper over de nutteloze eindmeet dringt een eerste analyse zich op. Met een “Hé, hé! Eén keer maar nooit meer!” open Mijn Groote Liefde de debatten. “Dat weet ik niet,” countert de piot, “Het was toch plezant? En als we opnieuw leren touwklimmen, gaan we volgende keer veel meer hindernissen kunnen afwerken!

Mijn Groote Liefde is niet helemaal overtuigd: “Ja het was plezant. Maar ook ontzettend lastig en bij momenten ronduit gevaarlijk. Ik ben heel dikwijls bang geweest.

Het lichaam van de piot schreeuwt om droge kleren. Terwijl hij in de kleedkamer droge spulletjes aantrekt, ontlokt een kromme gedachte een brede glimlach: “In die beek ben ik bijna kopje onder gegaan. Wat de Survivalrun zelf betreft, ben ik roemloos verzopen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.