Criminelen in spe

Laatst maakte de piot zich verschrikkelijk boos.

De piot wandelt vaak en graag, door het bos, in de meersen en langs de vesten. Niet zelden is dat op uitnodiging van Magnifieke Marcel. Zo dit laatste het geval is, heeft de piot steeds twee soorten recipiënten bij de hand: poepzakjes voor de kaka van zijn kuiercompagnon, en vuilzakjes voor alle afval en andere menselijke smerigheden die tijdens de wandeling zijn humeur dreigen te verpesten.

Vooral in het Felthem mag de piot zich vaak bukken om lege blikjes en verpakkingen van rookwaren, fastfood en andere knabbeldingen op te rapen. De rechercheur in hem vermoedt lunchresten van scholieren uit de nabijgelegen onderwijsinstelling. Maar toch is dit niet de enige bron van viezigheden, denkt hij. In zijn verbeelding is veel rotzooi een zielig spoor van avondlijke happenings en andere nachtelijke passanten.

Af en toe is er een incident.

Op een zondagnamiddag is Magnifieke Marcel niet de enige die in Felthem geniet van een behagelijke herfstzon. Plots weerklinkt een verscheurende knal. Boven op de heuvel van de ijskelder naast de vijver van het verdwenen kasteel, stijgt een grote rookpluim op. Enkele tellen later komt tussen de bomen de geur van buskruit aangezweefd. Aan de voet van de heuvel slaat een drietal pubers op de vlucht, achtervolgd door het geschreeuw van een geschrokken wandelaar. Op hun fietsen flitsen de daders de piot voorbij.

Het gebeuren stemt tot nadenken. Ook al is het trieste voorval niet meer dan potentieel gevaarlijk kattenkwaad van een stel geinige deugnieten, toch kan de piot zich niet voorstellen dat hijzelf bijna een halve eeuw geleden dezelfde keuzes maakte.

Wat hem evenzeer bedroeft, is het besef dat een of andere handelaar zichzelf geen vragen stelt en zomaar niet ongevaarlijk springtuig verkoopt aan pubers. Wie is het grootste krapuul? De commerçant die knaltuig legt in handen van een kind, of de jongeling die het vuur aan de lont steekt? Of is het een gedeelde verantwoordelijkheid? En wat is de rol van de ouders in de hele historie? Of onderschat de piot de vindingrijkheid van de hedendaagse jeugd en hebben de bommenleggers genoeg aan een keurige “chemiedoos” om een springtuig ineen te flansen.

Het wedervaren maakt duidelijk minder indruk op Magnifieke Marcel dan op de piot. Niet alleen tijdens de rest van de wandeling, maar ook in de dagen daarna, blijft het feit door zijn hoofd spoken en bepaalt het zijn handelen. Bijvoorbeeld houdt de piot sindsdien “spelende kinderen” scherper in de gaten, met de smartpheune-camera schietklaar.

Op een van de laatste schooldagen van het kalenderjaar is het wederom prijs. Rond de middag proeft de piot een speciale sfeer in Felthem. Redelijk onverwacht want vervroegd door de Corona-dreiging start over enkele dagen de kerstvakantie en dat is merkbaar.

Vanop een afstand ziet de piot hoe een jonge puber bij een fit-o-meter-station energiek rukt aan het bijhorende instructiebord. Dichterbij gekomen ziet hij hoe aan de voet van de paal een andere snotaap met een mes in de weer is.

Wat doe je daar?” vraag de piot met zijn strengste stem. De delver kijkt nonchalant op terwijl zijn partner-in-crime plotseling interesse heeft in het fitnesstoestel: “Een put graven.

Je liegt,” wijst de piot hem terecht. “Je probeert die paal uit de grond te krijgen. Wat is jullie naam?

Zachtjes prevelen zij om beurt hun voornaam, terwijl de piot een foto van hen neemt: “Waarom wil je dat weten? Waarom neem je een foto?

Wat jullie uitspoken is niet spelen maar puur vandalisme,” bijt de piot hen boos toe, “Wanneer straks blijkt dat die paal uitgegraven is, kan ik aan de politie tonen welke criminelen hiervoor verantwoordelijk zijn!

De bengels halen de schouders op en kijken elkaar steels aan. De messenman schopt met de punt van zijn voet in aarde terwijl zijn makker tegen een boom leunt. De piot wacht af. Magnifieke Marcel is gaan zitten. Even lijkt de situatie te ontaarden in een Mexican standoff, totdat de delver zijn vriend een teken geef: ze stuiven weg, verder het bos in. De piot zet zijn wandeling verder, tot grote vreugde van zijn begeleider.

Een handvol minuten later schrikken een paar harde knallen het bos op. Een paar oudere scholieren (laatstejaars?) springen verschrikt op van hun luierbank. Ze kijken in het rond en stappen resoluut in de richting van de detonaties.

Even later kruisen zij het pad van de piot: “Meneer, heb jij gezien wie die bommetjes gooide?

Neen,” antwoordt de piot naar waarheid. “Maar ik zag wel een paar kereltjes kwajongensstreken uithalen en het bos in vluchten. Misschien waren zij het.

De jonge man schudt het hoofd: “We zijn ze tegengekomen en ze zeggen dat ze er niks mee te maken hebben.

Zeggen ze dat?” lacht de piot schamper. “Ik geloof hen niet.

Ik ook niet,” is de repliek en de adolescent neemt beleefd afscheid.

Misschien is er dan toch nog hoop voor de maatschappij, besluit de piot voor zichzelf. Vervolgens begint hij na te denken over het avondeten dat hij Mijn Groote Liefde zal voorschotelen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.