Inspiratie

Laatst onderging de piot een grootse en inspirerende ervaring.

Niet voor het eerst wil ik beginnen met het intrappen van een open deur: “Elke tegenslag draagt opportuniteiten.” Eenieder heeft daar bewust dan wel totaal onbewust ervaring mee. Meer dan eens stel ik kwansuis vast dat gelukzaligheid is ontsproten uit een nietig zaadje geplant door een pijnlijke ervaring. Na jaren rustig groeien presenteert zich plotseling een prachtige, lommerrijke boom. Soms kan het momentum niet liegen: elk instortend gebouw sloopt nu eenmaal muren en ontbloot aldus onvermoede en precies daarom uitnodigende wegen en kruispunten. In dat geval is kiezen en niet omkijken het devies.

Het mooiste voorbeeld vind ik nog altijd het ontstaan van deze blog en alles wat er rond hangt.

Na een lange en meestal bevredigende carrière van schijnbare onbepaalde duur bij een groot, groots en aangenaam mediabedrijf, kom ik redelijk onverwachts op straat te staan. Tot op vandaag ben ik overtuigd dat mijn ontslag niks te maken heeft met mijn talent, kennis en toewijding. Wat wel een overduidelijk een rol speelt zijn machtspelletjes en verborgen agenda’s in de nasleep van een overname van een concurrent, waarbij diens werknemers op een of andere manier landen op sleutelposities in hun nieuw moederbedrijf. En dat heeft zo zijn gevolgen voor wie er al langer zijn “thuis” heeft. De rancune van de verliezer is nu eenmaal een onfrisse raadgever.

Maar we dwalen af. Los van de vraag wat het nut is om dit alles nog eens te herhalen, heeft dit wedervaren in se niks met dit verhaal te maken.

Hoe dan ook, dit onweerlegbaar dramatisch keerpunt in mijn leven, opent deuren en wegen naar nieuwe uitdagingen en opportuniteiten. Al vrij snel vind ik mijn pen terug en herontdek ik het schrijfplezier met deze stoet vertelsels tot gevolg. Het duurt niet lang voor ik mij ook aan langere verhalen waag. Voorlopig hoogtepunt is het boek “Villa Berghof“, het verhaal van een verstoten zoon die na de dood van zijn ouders terugkeert naar de ouderlijk woning om daar een vreselijk geheim te ontdekken. Centraal staat het Vlaams Nationalisme van zijn vader en diens beste vriend, en hoe dat de jeugd van de hoofdfiguur heeft verpest. Het boek heeft – op zijn schoonst gezegd – slechts een matig lokaal succes.

Een enkele enthousiaste lezer smeekt om een vervolg, maar dat komt er niet. Wel pruts ik momenteel aan een verhaal over de genaamde Maurice, ooit een toegewijde cultuurambtenaar bij een provinciestad. In de slagschaduw van een Vlaams Nationalistisch geïnspireerd referentiekader (De Canon) en de daaruit voortvloeiende regelgeving, is hij oneervol ontslagen. Dit Berufsverbot weerhoudt hem er niet van zijn ervaring op papier te zetten.

Tijdens het schrijven en bedenken van Maurice bots ik meermaals op een heikel probleem: het typeren van de protagonist en zijn ex-collega’s valt mij zwaar. Het archetype en de bijhorende psyché van de doorsnee-ambtenaar zijn mij redelijke onbekend. Het enige wat ik weet is dat Mijn Groote Liefde na een decennium als contractueel ambtenaar de buik vol had van het milieu en met beide handen een opportuniteit in “den privé” aangreep. Maar dat materiaal is te mager om een karakter bijeen te timmeren.

En dan verschijnt aan de voordeur van de Via Prosperità een onverhoopte opportuniteit.

Tijdens mijn lauwe zoektocht naar een tijdelijke baan, krijg ik zowaar de mogelijkheid om een paar maanden mee te draaien als administratief medewerker bij een gemeentelijke dienst, een vaccinatie-centrum. Dit draait uit op erg inspirerende openbaring, een studieterrein par excellence, met het oog op het schrijven van Maurice.

Voor het eerste in mijn leven ben ik tijdens de werkuren compleet omringd door ambtenaren en andere overheidswerknemers. Evenwel mis ik voor diepgravende psychologische analyses niet alleen de training, ook de tijdspanne is te kort. Observatie en communicatie zijn de enige wapens waarover ik beschik. Praten en luisteren zetten spiegelramen naar de ziel op een kier. Wat ik niet kan zien, moet ik noodgedwongen opvullen met een goedje waarvan ik volgens Mijn Groote Liefde een smerig grote hoeveelheid bezit: verbeelding.

Na een maand proef ik duidelijk en bij wijlen scherp het verschil tussen de profielen van bedienden uit de private sector enerzijds en anderzijds dat van de doorsnee ambtenaar. Wat mij als niet-ambtenaar heel snel opvalt, is een manier van communiceren en aanpakken die mij totaal onbekend is. De suggestie dat dit de weerspiegeling is van een mij al even ongekende manier van denken, vervelt vrij snel tot een zekerheid.

De opleiding zet meteen de toon voor wat volgt. In de meeste bedrijven start de vorming met een beschrijving van taken en verantwoordelijkheden, waarna een uiteenzetting volgt van wat kan, mag en moet. In overheidsdienst daarentegen krijgt de interim-medewerker al dan niet expliciet te horen wat hij NIET mag doen. Of erger: krijgt hij niet eens de kans een bepaalde, initieel toegewezen taak te verrichten, omdat dit schijnbaar eigendom is van een of andere “baronie“. Dezelfde novice ziet zich ook geconfronteerd met veel onuitgesproken en verzwegen instructies, een uitvloeisel van de over-protectie van exclusief geclaimde opdrachten en verantwoordelijkheden.

Samengevat klinkt het een beetje als “kunnen, weten en mogen” versus “kunnen, fragmentarisch weten en beseffen wat niet mag“. In de schaduw van deze antitheses vertoont de respectievelijk denkwijzen een soortgelijk contrast. Het onderscheid is nogal subtiel en relatief lastig te omschrijven. De focus ligt nu eenmaal ver uit elkaar.

En toch. “Oplossend redeneren” versus “probleem concentrerend“: deze stelling beschrijft redelijke accuraat de kern van de zaak. Er is een duidelijk onderscheid in de manier waarop beide partijen aankijken tegen voorliggende taken en opdrachten. Bij de confrontatie met een vraag of een issue gaan bedienden en leidinggevenden in de private sector doorgaans blikken naar de toekomst: “Waar gaat dit heen? Waar, hoe, wanneer en met wat willen wij landen.” In de ogen van een ambtenaar vormt hetzelfde gegeven een heel ander vraagstuk: elke topic is synoniem voor een potentieel probleem. Het vizier van de bureaucraat is scherp gesteld op het nu, op de huidige situatie, in het beste geval geschetst in een ruimer kader. Niet geheel onverwacht leidt die attitude ook tot een ander taalgebruik en een andere manier van communiceren.

Gezien mijn kort en beperkte ervaring is bovenstaande observatie ongetwijfeld gruwelijk misdadig kort door de bocht. En toch voelt het zo aan voor mij. Dit is exact wat ik ervaren heb. Het onderscheid tussen medewerkers en leidinggevende uit de private sector enerzijds en in overheidsdienst anderzijds, loopt parallel met respectievelijk toekomstgericht denken enerzijds, en ad hoc vaststellen en fixen anderzijds.

Ogenschijnlijk lijkt dat verschil in denken en doen onoverbrugbaar groot. Toch is die kloof niet zo immens. Want uiteindelijk landen beide partijen min of meer het beoogde doel, alleen kan de respectievelijke duur en route van de afgelegde weg sterk verschillen. En op het einde van de dag werken in alle sectoren het hele spectrum aan persoonlijkheden: van poeslieve grote harten over oprechte weldoeners tot gemene intriganten en alles wat daar tussen past.

En eigenlijk doet het er allemaal niet zoveel toe. Wat van belang is, is dat ik nu een summiere en verhelderende inkijk heb in de psyché van de ambtenaar, zij het een heel kleine en ontegensprekelijk eenzijdige. Maurice zal er wel bij varen.


Rik Wintein, “Villa Berghof”, ISBN 9789403611211. Te verkrijgen in de betere boekhandel of te bestellen via deze link.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.