Bezwaard gemoed

Laatst trok de piot met een tranend gevoelen naar Estelle.

De piot weet dat het paradijs zich op aarde bevindt en niet in een denkbeeldig parallel universum. Het Nirwana schuilt in alles en overal, in daden en in woorden, in smaken, in geuren en in klanken, zoals daar zijn de lach van Mijn Groote Liefde, de hogere wiskunde van Bach, het gerommel en gedaver van een Milwaukee Vibrator, een Cream Cheese-bagel in die ene deli op de New Yorkse 5th Avenue, en vele, vele andere kleine en grote dingen.

In sommige plaatsen is de paradijselijke sensatie onmiskenbaar en bijna tastbaar. Zo’n typisch Elysium is een huisje dat luistert naar de geladen naam Estelle. Op die plek in een slaperig Provençaals gehucht – le Midi, comme on dit – raakt de hemel de aarde. De tijd tikt er trager, en is tegelijk snel voorbij. De gedachten zijn er immer intenser, maar laten zich moeilijk in zinnen vatten. De zintuigen zijn er scherper en toch laten ze zich zonder al te veel strijd bedwelmen.

Desalniettemin gaat het bestaan ook daar zijn gang. Niets is het leven er vreemd, ook niet leed en liefde, nog minder vreugde en verdriet. Dat besef slaat keihard toe wanneer tijdens een gezellige zaterdagse samenzijn met de familie een WhatsApp-je uit het zalige zuiden binnenvalt. De zogenaamde Tuinman, een local die geregeld een handje toesteekt, is niet meer. Na de aanvankelijk hoopgevende berichten over zijn hartaanval, volgt nu het gruwelijke nieuws dat hij enkele dagen na een routine-ingreep thuis overleden is. Uiteraard veel te jong, want meer dan een handvol jaren jeugdiger dan de piot. En dat steekt.

Het overlijden lijkt een aanfluiting van The French Paradox. Hoewel. De Tuinman heeft zijn zenuwachtige geaardheid tegen en ook de ongezonde opeenvolging van ‘vroeges‘, ‘lates‘ en vele nachtshifts eisen zijn tol. Bovendien veegt een bijna permanente marinade in Pastis zijn kettingroken niet uit. Maar dan nog. In de geest van velen is de Provence met reden synoniem van leven en wedergeboorte, niet van dood en afscheid nemen.

Voor het eerst sinds altijd zit de piot met een bezwaard gemoed op zijn geliefde tgv. Een rouwdeken weegt op een halve dag-reis die normaal begint met een opgelaten gevoel wanneer de voordeur van de Via Prosperità in het slot valt en eindigt met het zinnenprikkelend ontkurken van een fles rosé aan de keukentafel in Estelle. Niets van dit alles. Ook de croissant bij de tussenstop in Lille-Flandres mist zijn normaal fijn aroma, het voorbijflitsend landschap kan niet bekoren en bij aankomst baadt Avignon-TGV in een mistroostig licht.

Zoveel droefheid zet de piot aan het denken.

Na een verbrokkelde nachtrust kan hij het nog altijd niet vatten. Om het hoofd leeg te maken trekt hij in de schaduw van Faffy de loopschoenen aan voor een ren door de velden, waar de boeren en landarbeiders druk in de weer zijn om de vruchten in te zaaien. Bij terugkeer zien ze een dame twee hondjes uitlaten. Het is de weduwe van de Tuinman en ze weent. De colonne houdt halt en om beurt omhelzen Faffy en de piot haar. Het joggerszweet deert niemand. Wanneer de tranenstroom stokt, schetst de weeuw een beknopt verslag van de fatale nacht. “Hij riep mijn naam en dan niets meer. Mijn dochters en ik konden hem niet meer reanimeren. Het was te laat. Het was voorbij.” Met een laatste knuffel gaan ze weer uit elkaar.

Na de ochtendren trekt de piot naar de soi-disant kruidenierzaak achterin de plaatselijke bar-tabac voor de obligate stokbroden. Bij de vriendelijke dame achter de comptoir peilt de piot naar eventuele Provençaalse gebruiken bij een begrafenis. “Ah ja,” beseft de vrouw meteen, “Jij bent van dat huis waar De Tuinman het zwembad onderhield.” En meteen steek zij van wal: “In de Provence wacht men buiten aan de kerk op de komst van de lijkwagen. Pas nadat de kist en de familie het godshuis zijn binnen gegaan, volgen alle andere aanwezigen.

Met die wijsheid in gedachten willen Faffy en de piot tijdig present zijn. De dienst is om half drie in het nabijgelegen dorp. Wanneer zij rond twee uur bij het kleine kerkje aankomen, blijken zij lang niet de eerste rouwenden te zijn. Alle nieuwkomers stappen eerst naar een pupiter aan het portaal, en lijken iets neer te pennen. Nieuwsgierigheid drijft de piot daarheen. Onder de foto van De Tuinman ligt een condoleanceboek waarin iedereen met naam en toenaam een laatste boodschap brengt. Zo ook Faffy en de piot. Een dikke twintig minuten later staat het pleintje vol. “Toch één iets waar de Provençaal wél voor op tijd komt,” merkt Faffy op. De piot knikt.

Plots verstomt het geroezemoes. Een lijkwagen rijdt het pleintje op. De familie komt aangestapt. Aan het portaal verwelkomt de priester de overledene, de familie en de aanwezigen. Daarop gaat de stoet de kerk binnen en kan de dienst beginnen.

Nu is het geen geheim dat de piot geen groot expert is als het aankomt op kerkelijke begrafenissen. Toch merkt hij meteen dat in het diepe zuiden ook de pastoors en hun vieringen anders in elkaar steken dan in onze kontreien. De dienst begint met een man, een burger die de laatste brieven van de kinderen aan hun vader voorleest, inclusief het zware accent. Daarna schets de christelijke voorganger een beknopte biografie van de overledene.

Wanneer de hulppriester de microfoon neemt om een stukje uit het evangelie te lezen, verwacht de piot dat de eucharistie op gang geschoten is. Niks daarvan. Er volgt enkel nog een lange preek van de pastoor, over leven en dood, over hoe dood inherent is aan het leven, dat dood tot leven leidt en – niet zo verbazend – een handvol verwijzingen naar het hiernamaals en het bestaan van god.

En dan is het plots gedaan, geen offerande, geen communie. Op de tonen van het lievelingslied van De Tuinman dragen de lijkbidders de kist naar buiten, gevolgd door een luidkeels meezingende weduwe.

Buiten wacht de corbillard. De laatste rustplaats van De Tuinman is het familiegraf in zijn geboortedorp een honderd kilometer verderop. Aan de lijkwagen omhelst de piot de weduwe. “Courage,” fluistert hij haar in oor. Zachtjes antwoordt zij: “Merci.

Faffy en de piot zoeken de fietsen op en vatten de terugweg aan. Voor het statige monument ter nagedachtenis van oorlogsslachtoffers verdiepen twee mannen zich in een partijtje Jeu de Boule. Geen dood zonder leven, zei de pastoor, en intussen gaat dat laatste zijn gewone gang.

Op de terugweg wordt niet veel gepraat. Meer dan ooit beseft de piot, dat een van de belangrijkste facetten van een goed leven, goed leven is.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.