Geen diamanten zonder steenkool

Laatst ervoer de piot bij een korte passage in de stad uiteenlopende sentimenten.

Het is zaterdagnamiddag en de piot trekt met fiets Brugghia in. Een vage Smoelenboekkennis stelt schilderwerkjes en tekeningen uit zijn privé-verzameling tentoon in een sfeervolle en ontwijde kapel. De piot ken de man niet of nauwelijks, met uitzondering van zijn blog en FB-posts (teksten en foto’s), die de erkenning krijgen die ze zonder discussie verdienen. Het zaaltje ken hij van horen zeggen en andere aankondigingen van culturele events. Dus met een bezoekje kan de piot twee vliegen in één klap slaan.

Het heerlijke herfstzonnetje blaast een welwillende gemoedsrust in het hoofd van de piot en daar kan het gedokker met de stalen ros over kasseien niets aan veranderen. Die zalige emotie krijgt een zware dreun bij het naderen van het stadscentrum. Horden voetgangers met veelal Engelse, Spaanse of Noord-Nederlandse tongval palmen de historische kern in. De straatstenen horen hen toe en alle andere verkeer moet wijken. Te pas en te onpas stappen weifelende wandelaars roekeloos de straat op, zonder rekening te houden met tweewielers en auto’s. De piot volgt zijn mede-fietsers in een bizarre, onregelmatige slalom.

Naarmate hij vordert, verbaast de piot zich meer en meer over het uitblijven van accidenten. Een paar keer is toch wel kantje boord. Een voetgangster maakt plots midden de weg rechtsomkeer, net op het moment dat de piot achter haar door wil rijden. Een andere keer hopt een forse man net voor zijn wiel de straat op. Hun voorbeelden werken aanstekelijk. Het aantal near misses stapelt zich op.

De piot houdt het liever veilig. Sneller dan voorzien zoekt hij een fietsenstalling op en legt de rest van de reisweg te voet af. Dat is een goede zet, hoewel geen zaligmakende oplossing. De verkeersarme winkelstraten die naar de expo-ruimte leiden, zijn voor de wandelende piot al evenzeer een beproeving. Hij is terechtgekomen in het wereldkampioenschap “hinderend flaneren voor groepen groot en klein“. Net voor aankomst bij de expositie mag hij zich bovendien vergapen aan een Parisienne die met haar kaduke wagen het eenrichtingsverkeersbord negeert, gelukkig zonder ernstige gevolgen.

De toegang tot kunstkapel is in een belendend kroegje. Achter de tooAan een rijkelijk bediend tafeltje luistert een handvol mensen naar een kerel die hoorbaar weet hoe je een goed verhaal goed vertelt. De piot herkent in hem de schrijver en verzamelaar. Beleefd als hij is, groet hij de man met een respectvol knikje. Het antwoord is een vriendelijke en warme hoofdgroet.

In de expositieruimte is de piot de enige nieuwsgierige. Zoals geadverteerd verwelkomt hem een bonte verzameling schilderwerkjes en etsen, waarvan sommige werken (de meeste?) hem nauwelijks raken. Dat is niet erg. Grafische kunst en kunstbeleving is een heel persoonlijk iets, mocht de piot meermaals ervaren. Een paar pentekeningen en een kunstzinnige cartoon trekken wel zijn aandacht. Plots valt zijn oog op een tweeluikje dat zijn dromen laat ontwaken. Hoewel zijn verstand fluistert dat het niet zo is, herkent het hart van de piot in het fauvistisch werkje een verzicht op “Les Alpilles“, zijn favoriete streek in Le Midi. Provençaalse geuren en kleuren vullen de ruimte, al is de piot de enige die proeft. Na een verkennende rondgang richt de piot opnieuw alle aandacht aan die paar tableautjes die eruit parelen.

Dan is het genoeg. Het afscheid bij het buitengaan spiegelt de begroeting bij het binnenkomen. Terug op straat verwelkomt de piot opnieuw een prettige herfstzon.

Op straat is het nog steeds erg druk. Onder het oog van de piot bevestigt een aantal toeristen alle het clichés die hen een slechte naam geven. Laverend doorheen die chaos ontdekt een piekerende piot een gelijkenis tussen de overspoelde stad en de altegaar verzameling in de kapel. Het zijn allebei een boeiende bron van gemengde gevoelens. De piot houdt van zijn woonplaats. Elke dag geniet hij van gekende schoonheden en verborgen saffieren, ondertussen de minder fraaie hoekjes welwillend vergeten. Of liever: hij denkt er niet zo vaak aan. Met de tentoonstelling is het evenzo. De meeste werken wil de piot voor geen geld aan zijn muur hangen, al maken die enkele pareltjes veel goed. Het is de nuance die het mengen mooier maakt. Het is als licht en duisternis: zonder het vele klatergoud steken de ware juwelen er niet bovenuit.

De piot glimlacht: zonder steenkool heb je geen diamanten.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.