Brugge

Laatst sloeg de piot een geweldige flater. Niet voor het eerst.

De piot prutst niet alleen heel graag, hij is (onder andere) een fanatiek lezer. De boekenstapel naast zijn leesfauteuil groeit elke maand, tot grote frustratie van Mijn Groote Liefde. Daarnaast koestert hij ook enkele abonnementen op WordPress-, Substack– en andere websites, en een handvol podcasts. Al is dat laatste strikt genomen niet ‘lezen‘, tenzij de fanatiekeling de shownotes erbij neemt.

Een van de blogs die de piot volgt met veel bewondering (en een vleugje jaloersheid) is ‘Het Woelwater‘, een boeiende verzameling verhalen en bespiegelingen over Brugge, bijeen geschreven door Tijs Synaeve. Tijs is historicus, schrijver en huisbewaarder van de Koninklijke Stadsschouwburg van Brugge. Hij schrijft naar eigen zeggen met een dwarse maar genereuze pen over Brugge, cultuur, toerisme en alles wat hem van ver of dichtbij raakt, altijd in eigen naam. Deze zomer werkt de man aan een roman. Daarom zet hij vrij uitzonderlijk de poorten tot zijn blogparadijs open voor zogenaamde gastschrijvers.

Die laatste boodschap klinkt als muziek in de oren van de piot. Snel stuurt hij de man een passage uit het boek waaraan hij zelf werkt. Per kerende ontvangt de sukkelaar een redelijk lange mail. Verblind door zijn koortsig brein (letterlijk) leest de piot het digitale antwoord maar half en onthoudt vooral dat ‘Het Woelwater‘ mikt op teksten met als insteek een band met de stad Brugge. Daarnaast stipt Tijs ook fijntjes aan dat hij vooral werkt met bijdragen op invitatie. Die laatste voorwaarde registreren de gaargekookte hersenen van de piot helemaal niet. In zijn verdwaasdheid schildert de sukkelaar een portret bijeen over hoe hij Brugge ervaart en stuurt dat door naar Tijs. Pas later, wanneer hij met een frisse (en genezen) kop de e-mail herleest, beseft de piot zijn blunder. Na al die jaren sukkelen, struikelen en zwalpen is hij gelukkig heel vaardig geworden in het neerpennen van welgemeende excuses.

Daarmee is de ellende nog niet voorbij. Het hart van de piot komt steevast in woelig water terecht als een afgerond verhaal niet op een of andere manier openbaar geraakt. Dus blijft er maar een oplossing: die handel zelf op het internet zwieren.


Brugghe die Scone, de Parel van Vlaanderen, Het Venetië van het Noorden. Bryggia, Bruggas, Bruccas, Briuggas en Briuccas. 

Kortom: Brugge. Hier leef ik graag, hier staat mijn thuis, hier is mijn basis. En toch heb ik het gevoel dat de stad mij niet voor 100 procent heeft aanvaard, en eerlijkheidshalve is dat sentiment bij wijlen wederzijds.

Reeds ruim 40 jaar woon ik in deze wondermooie stad, aanvankelijk in huurhuizen, eerst in een rustig kasseistraatje in het centrum en vervolgens aan de buitengrens van Sint-Kruis. Onze eerste koopwoning stond dicht bij de Kruispoort. Daar zijn ook onze kinderen geboren. Ondertussen wonen we reeds meer dan 20 jaar aan de andere kant van die deelgemeente tegenaan de grens met Assebroek en is onze kroost vandaar de wijde wereld ingetrokken. 

Dochterlief vond de Vlaamse bekrompenheid net als het klimaat te verstikkend en zocht haar geluk elders (en ze lijkt het gevonden te hebben).

Ook onze zoon verliet om praktische redenen (de liefde) zijn geboortegrond. Evenwel houdt hij vanop 75 km afstand nog steeds een strakke band met de stad, vooral met zijn vrienden van school, de zeescouts, de illustere ‘The Crash’ en aanverwante aangelegenheden. Met zekerheid kan ik zeggen dat hij zich meer thuis voelt in Brugge dan ik. En het is hem gegund want ik weet hoe dat komt. Het heeft alles te maken met mijn voorgeschiedenis.

Mijn geboortehuis stond in Lissewege, tegenwoordig het ‘Witte Dorp’, toen nog een onafhankelijke gemeente. In de jaren zestig en zeventig rook die plek naar het interbellum en waren de naweeën van de tweede wereldoorlog nog steeds aanwezig, zij het niet altijd zichtbaar voor jonge snaken zoals ik. De (meeste) ‘zwarten’ waren fysiek verdwenen of naar het grijs getaand, en de ‘witten’ waren als rood herboren. 

Toen een tiental jaren na de tweede wereldoorlog mijn moeder zich verloofde, speelde zij plotseling een paar hele goeie jeugdvriendinnen kwijt. Die meisjes mochten van hun ouders niet meer omgaan met iemand wiens toekomstige schoonfamilie in het verzet had gezeten. Zo ging dat in die tijd.

Als pre-puber was Brugge in mijn hoofd een grote, mysterieuze stad net buiten fietsafstand. Het leven in Lissewege richtte zich meer op de kust: Blankenberge, Zeebrugge en Heist. Knokke was dan weer een stap te ver.

In die tijd was de gemeentelijke jongensschool (!) mijn biotoop. De exotische zomerreizen met mijn ouders naar La France, een Spaanse costa, Italië (Rome) en de Alpen (van Salzburg tot Aosta), een enkele keer zelfs naar het heel verre Roemenië, konden daar weinig aan veranderen. Ik was een Lissewegenaar geboren uit klei en met een navenante taal en cultuur.

Op het einde van de lagere school formuleerde het toenmalig Psycho-Medisch-Sociaal Centrum, tegenwoordig het Centrum voor Leerlingenbegeleiding, een redelijk merkwaardig advies. Zij wezen voor mijn humaniora met aandrang naar de richting Latijn aan een zogezegd voornaam college (toen nog gevestigd waar nu het Zilverpand is). Dat was niet echt naar de zin van mijn ouders die me liever zagen studeren aan het Atheneum in Blankenberge, de Alma Mater van mijn vader. Uiteindelijk heb ik daar mijn middelbaar afgesloten, maar dat is voor later.

Hetzelfde PMS/CLB adviseerde ook om alvorens het humaniora aan te vatten een voorbereidend zevende jaar te doorlopen om ‘mijn achterstand in te halen’. Ik heb me nogal verveeld dat jaar. Mijn gesproken en geschreven Frans was beter dan dat van mijn meeste klasvriendjes. Mijn wiskundig inzicht moest voor niemand onderdoen. Voor de examens deed ik geen boek open.

Waar ik wel mee worstelde, was het Nederlands. En daarnaast had ik ook problemen met een soort mentaliteit waar ik niet onmiddellijk mijn vinger op kon leggen. 

In het dorpsschooltje spraken de leerkrachten een soort opgeschoonde tussentaal. Dat werkte en dat schiep een band. In het college was de norm het zogenaamde ABN (Algemeen Beschaafd Nederlands – later heeft men dat ‘beschaafd’ laten vallen), een taal die in mijn oren nogal geaffecteerd klonk, vooral op de redelijk onwereldse manier waarop een paar fanatici die uitspraken.

Ook op de speelplaats spraken de kinderen een andere taal, met andere woorden en vooral met een buitenaards accent. In het begin snapte ik vaak niet alle zinnen die uit hun mond rolden. Het duurde even voor ik het lachen met mijn uitspraken en gezegden gewoon was. Ik was terechtgekomen in een andere wereld, met een andere taal, en ook met andere gewoontes en levenshoudingen, zo zou blijken. Het duurde tot het eerste middelbaar voor mij duidelijk werd wat de ware impact van dat laatste was. Daarna ging het bergaf met mijn schoolcarrière.

De eerste eye-opener was het examen godsdienst in het eerste humaniora. Als ik het mij goed herinner, kregen wij toen drie (3!) uur godsdienstles per week: catechese, heilsgeschiedenis en een soort werkelijkheidsonderricht, waarvan de religieuze naam uit mijn geheugen is gesleten. Het examen was in mijn ogen een makkie. En toch stond het daar rood-aangestipt in mijn rapport: 7/20. Gebuisd. 

Naar ik vernam had ik de meeste vragen redelijk correct beantwoord, behalve de laatste, die meetelde voor het meeste aantal punten: “Is het verantwoord om zoveel geld te spenderen aan ruimtevaart?” Geef toe: een redelijk legitieme vraag in de era van de legendarische maanlandingen. Het verwachte antwoord was, en mijn klasgenoten wisten dat blijkbaar: “Neen”, gevolgd door een handvol argumenten over honger in de wereld, de ellende onder de kerktoren en ‘goede werken’ in de missies. Ik schreef: “Ja” en pende 2 bladzijden vol over hoe de ruimtevaart kon bijdragen tot wetenschappelijk onderzoek, wat zou leiden tot technologische ontwikkelingen die het leven op aarde ten goede zouden komen. Resultaat: 0/10 voor deze opgave. 

Daarna is het nooit meer goed gekomen. Mijn ‘soft rebellion’ groeide elk jaar. Het onderwijzend personeel – vooral dan de bende met het witte ‘collaartje’ – probeerden voortdurend mijn individu te breken. Helaas voor hen en gelukkig voor mij is dat mislukt. Evenwel stookten hun acties mijn schoolmoeheid op tot ongekende hoogtes, met alle gevolgen van dien. Op het einde van het voorlaatste jaar stond in mijn rapport zwart op wit: “Proficiat. Je bent geslaagd maar je mag volgend jaar niet terugkomen. Je past niet in onze school.” Gelukkig kon ik voor mijn laatste jaar humaniora terecht in het Atheneum in Blankenberge.

Zoveel jaar later keerde ik terug naar Brugge. Mijn vrouw en ik hadden werk gevonden, zij bij het stadsbestuur en ikzelf in Gent en Brussel. We besloten te gaan samenwonen in Brugge. Dát verliep niet zonder slag of stoot. Het was voor een ongetrouwd koppel geen sinecure om een huurhuis te vinden. “En wanneer gaan jullie trouwen?” “Dat weet ik nog niet. Misschien volgend jaar, misschien binnen vijf jaar? Wie zal het zeggen?” “En zal dat huis dan al die tijd leeg staan? Dat wil ik niet. Eerst trouwen en kom dan terug.” Dat was de situatie toen, in de middeleeuwen of daaromtrent, in het vroom katholiek Vlaanderen.

Ondertussen zijn Brugge en ik dichter naar elkaar toegegroeid en daarvoor heb ik mijn stinkende best gedaan. Ik heb er vrienden gevonden. Ik beleefde er veel vreugde en soms ook een klein beetje verdriet. Hoewel ik strikt genomen nog steeds niet de taal spreek, heb ik er wel mijn weg gevonden. En ik heb gezien, gevoeld en geproefd dat de stad meerdere gezichten heeft.

Brugge is mijn stad. En ook weer niet helemaal. Ik kom er graag. Ik ga er graag weg. En ik kom graag terug. Echt wel. Ik hou van die stad, en de meeste van haar inwoners.

Bovendien vermoed ik dat de vadsige priester die in de Burgstraat met zijn zweterige pollen in mijn dertienjarige billen kneep en vervolgens in mijn oor hijgde :”Vindde gij da’ plezànt?”, allang onder de grond ligt, hopelijk onder een stevige grafzerk.


De bibliotheek van de piot:


Coverfoto: Visit Bruges (https://mediadownload.brugge.be/)


Ontdek meer van Rik Wintein

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.