Laatst bracht een politie-motard grote voldoening.
Het is geen geheim dat de inwoners van Bryggia een haat-liefde-verhouding hebben met hun ‘geliefde’ thuisstad. Dat is niet altijd omwille van het geknoei rond de vuilnisophaling, de falende aanpak van het massa-toerisme en de kasseistenen die hun fietsen verkloten. Een permanent en veel ouder zeer is het gedoe rond de bruggen op de ringvaart. Ondanks de vele dure beloftes van sommige ‘politici‘ om van Bryggia (‘opnieuw’) een warme stad te maken, is het vaak huilen in de file.
Voor de piot zijn niet zozeer de opgehaalde of gedraaide bruggen het probleem, integendeel. De sukkelaar heeft het vooral moeilijk met verkeershooligans die niet het geduld hebben om trouw aan de verkeersregels te wachten op het rinkelend openen van de slagbomen. Telkens weer halen zij lang voor dat het kan en mag allerlei capriolen uit die getuigen van een schijnend gebrek aan eerlijkheid en een pover rechtvaardigheidsgevoel.
Zo ook nu weer.
De piot is op weg naar een randwijk van de binnenstad en sorteert links voor om langs een legendarische brug op de ringvaart zijn doel te bereiken. De Kamiq stopt gezwind voor het rode verkeerslicht. Net op dat moment gaat aan de brug de bel en dalen de slagbomen neer. Langzaam draait de brug open om een aak en een plezierbootje door te laten. Voor de brug staan twee wagens op een rij, die net te laat waren om de stad binnen te rijden. Voor de rest is het kruispunt vrij. De sukkelaar legt de motor stil en zet het raam aan de bestuurderszijde open.
Dan springt het verkeerslicht op groen. In tussentijd heeft zich een file gevormd achter de piot. Een van de chauffeurs verliest zijn geduld en begint nerveus te claxonneren. Ondanks het feit dat zijn verkeerslessen ondertussen een halve eeuw achter hem liggen, herinnert de piot zich perfect dat een wagen pas een kruispunt mag oprijden en oversteken, als de weg vrij is, zelfs al staat het verkeerslicht op groen. Het toeteren stopt wanneer het verkeerlicht terug naar rood klimt.
Zodra het groen terug verschijnt, verliest de claxonnerende onverlaat zijn geduld. Met een langgerekt hoornsignaal rijdt een witte bestelwagen zonder opschrift de file rechts voorbij en steekt voor de neus van de piot het kruispunt over. Aan de gesloten slagbomen murwt hij zich op het fietspad naast de voorbeeldig wachtende wagens.
Schijnbaar uit het niets verschijnt een politiemotor met zwaailicht. De agent parkeert zich naast de camionette in kwestie, stapt af en lijkt een gesprek te voeren met de chauffeur. Vervolgens positioneert hij zijn BMW-tweewieler op het einde van de invoegstrook aan de overzijde, gidst de overtreder achteruit en dwingt hem weg te rijden in de tegenovergestelde richting dat hij gekomen is.
In het voorbijrijden imiteert de piot door het open raam Sophie Cunningham en volgt de loeder met zijn wijsvinger. In tegenstelling tot de befaamde WNBA-ster schatert hij het uit. De man in de bestelwagen is daar niet zo gelukkig mee. Hij vertraagt net voldoende om met een gebalde vuist naar de piot te kunnen zwaaien. Zelden haalde de piot zoveel voldoening uit een priemende wijsvinger.
Dat gebaar van hem was misschien niet zo fraai. Het deed wel deugd.
Later die dag doet de sukkelaar bij Het Studentje verslag van het voorval. Die kan er niet om lachen. ‘Waarom doe je zoiets?‘ vraagt zij streng. ‘Die vent is een triestig figuur die je aandacht niet waard is!‘ Kleintjes antwoordt de piot naar waarheid: ‘Omdat ik dat leuk vind…‘ Er valt een stilte. ‘Als je dat plezant vindt…,‘ zegt Het Studentje nog en houdt het tweede gedeelte van de zin voor zich.
De piot heeft een retraite in een boeddhistisch klooster geboekt om hierover na te denken.

Ontdek meer van Rik Wintein
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.