Laatst onderging de piot een groot onderhoud.
De piot beseft het elke dag meer en meer: die kathedraal van een lichaam onder een staalblauwe zomerhemel van hem is reeds eeuwen vervallen tot een troosteloze, uitgewoonde maar toch nog steeds bewoonde ruïne verzonken in een mistig herfstlandschap. De voorbije weken is een hardnekkige, sluimerende kramp van zijn nek over zijn rechtersleutelbeen tot aan het schoudergewricht een dagelijkse herinnering aan dit trieste feit. En het houdt niet op. Dit mankement trekt ook de rest van zijn redelijk obees lijf uit evenwicht, met alle gevolgpijntjes van dien.
Een groot onderhoud bij ‘zijn Thaïse‘ dringt zich op, aldus is het oordeel van Mijn Groote Liefde, een suggestie waar de sukkelende piot maar al te graag op ingaat.
Enkele dagen later ligt de sukkelaar andermaal op de verwarmde tafel, omgeven door minimalistisch pianogetokkel op een achtergrond van een kabelend beekje, heerlijke geuren en strategische geplaatste opstapjes zodat de nogal ‘petite‘ masseuse zonder ongelukken op de tafel kan klimmen.
Waar bij het voorafgaand voetenwassen de lieve Thaïse in haar eigen cocktail van verhakkeld Engels en losse Nederlandse woorden honderduit praat over Mijn Groote Liefde (‘beautiful body’), over Het Studentje (‘body like her mother’) en over haar hoop op een strenge winter dit jaar (‘I love lots of snow, big snow, many days’), beperkt de communicatie aan de tafel zich tot het absolute, schaarse minimum: ‘Pain/pijn?‘, ‘Too hard?‘, ‘Omdraaien‘, ‘Sit end of table‘, ‘Gedaan!‘ en meer van dat soort korte mededelingen die voor buitenstaanders misschien cryptisch klinken maar voor de piot zeer betekenisvol zijn.
Hoewel de fysieke ongemakken van de piot zich situeren ter hoogte van zijn rechter schouder en zijn rechter heup, ontdekken de zachte handen van de Thaïse dat vooral de linkerzijde van zijn lichaam bol staat van ongezonde spierspanning. Naar gewoonte begint de masseuse met het losschroeven van zijn armen en benen, demonteert zij vervolgens zijn rug en gooit zij de losgewrikte spieren samen met zijn knokken en wervels in een betonmolen gevuld met kasseien in allerlei maten en vormen. Na afloopt oliet zij zorgvuldig alle onderdelen en puzzelt zij de piot nauwgezet terug ineen.
Althans: zo voelt het aan.
Met kniën en ellebogen duwt de masseuse alle spieren schijnbaar in een latente kramp, maar in werkelijk zijn de vezelbundels stuk voor stuk losgebeukt. Dat doet vaak pijn, maar het is het soort fysieke smart dat de belofte inhoudt van een heerlijke, deugddoend en relaxerend gevoel achteraf. Al was het maar dat de piot weet dat daarna het masseren met warme olie volgt.
Na twee uur duwen, trekken en kneden neemt een herboren piot afscheid van ‘zijn Thaïse‘. Helaas is de pijn in zijn schouder niet helemaal verdwenen. Allicht moet hij binnenkort opnieuw om een audiëntie verzoeken.
De zon, de dag, het leven lachen hem toe.
Ontdek meer van Rik Wintein
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.