Matriarchaat

Laatst op een bijeenkomst van gelijkgezinden duwde een dame ongewild en onbewust alle schakeltjes op hun plaats en zag ik het licht.

De stoutmoedige cybernaut die deze stroom zielige zielenroerselen met succes doorworstelt, weet het al langer: met een aardige regelmaat (en echt niet altijd op streng bevel, zoals sommige vileine geesten beweren) vergezel ik Mijn Groote Liefde naar een Devine Conventie. Die fameuze uitstap naar het afgelegen Lîdje is er eentje, al kan het ook dichter bij huis zoals het rendez-vous met de Grieten in Pagus Wasia.

Na afloop van Den Open Rally van onze Sociëteit vorige zondag begroet ik joviaal een Riding Lady die ik eerder zag op voornoemde Feminiene Treffens. De dame in kwestie staart mij aan en haar blik schreeuwt: “Kerel… Wie zijt gij? Wat moet gij? Ik ken u niet!”. En dat zegt zij ook, zij het iets eleganter en met niet zoveel woorden.

Het angstzweet breekt mij uit. Wacht mij een publieke bolwassing of erger: een onfortuinlijke confrontatie met haar mannelijke escortes? Gelukkig schakelt mijn brein over op “survival mode“. Mede door de herwonnen kalmte kan ik putten uit mijn rijke ervaring in deze materie.

Het is namelijk niet de eerste maal dat dergelijke constellatie mijn zelfvertrouwen wurgt. Ook nu weer ontmijnt mijn (gelukkig onverslijtbare) troefkaart de hele heikele historie. “Ik ben de man van Motormuis“, prevel ik.

En ja, de dame weet best wel wie Motormuis is, maar zegt mij niet te kennen (Strike One). En ja, de Riding Lady frequenteert menig Devine Conventie, maar herinnert mij niet als chaperon van Motormuis (Strike Two). Omdat ik geen zin heb ik een fatale Strike Three neem ik afscheid en zoek het gezelschap op van Mijn Groote Liefde.

Zoals verwacht tref ik haar aan keuvelend met twee Amicale gezellen, Bunny en Jehèn. Mijn Groote Liefde merkt onmiddellijk mijn ongemak en na enig (niet zoveel) aandringen doe ik het relaas van mijn ontmoeting met de Riding Lady. Tot mijn opluchting knikt Jehèn begrijpend – John Cleese-like zoals hij alleen dat kan – en vertelt dat hij maar al te goed weet hoe dat aanvoelt.

Uit zijn verhaal maak ik op dat waar hij ook komt, niemand hem bij naam kent, noch in zijn straat, noch in het Meetjesland, noch in Gent. Evenwel kan Jehèn in pakweg Palmyra, Ilfracombe of Aalter in eender welk portiek met gerust hart zich fluisterend kenbaar maken als de gemaal van Bunny. Haar naam opent menig deur, hoe hard die aanvankelijk ook klemt.

Deze confessie van een lotgenoot zet mij aan het denken.

Het gezegde “Achter Elke Sterke Man Staat Een Sterke Vrouw” gaat in deze niet op, stel ik vast, want het implementeert een zichtbare man en een beloken bezige bijenkoningin. Zonder in discussie te treden over de masculine merite van Jehèn en mezelf, kan niemand de voortreffelijke visibiliteit en ronkende renommee van respectievelijk Bunny en Motormuis ontkennen.

Dat volgens bovenstaande logica achter elke prominente dame ook een dienstige heer staat, klopt hier al evenmin. Jehèn en ikzelf hebben nul-komma-nul verdienste aan de sprankelende stralenkrans van Bunny en Motormuis. Die hebben de Ladies op hun eentje bijeen getimmerd.

Bovendien roept dergelijke stelling reminiscenties op aan Golda Meïr, Margaret Thatcher en – iets recenter – Angela Merkel. Tegen die suggestie gooi ik een potig protest. De beelden spreken voor zich…

11136255_858602694175810_1191991364186383189_o

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.