Machteloosheidspijn

Laatst tuimelde de piot in een woordenwisseling over doodsangsten. (*)

Wat is je grootste schrik? Wat vervult je hart met angst?“, klinkt het.

Numero Uno heeft zijn antwoord klaar nog voor de vraag helemaal uitgesproken is. “Stikken,” klinkt het stellig. Een dood door ademnood besterft hij. Niet zomaar versmachten, verduidelijkt hij: zijn horror is een etensprop die de luchtpijp dichtduwt. Welk jeugdtrauma daarvoor verantwoordelijk is, krijgt de piot niet te horen. Wel waar die angst toe leidt. Numero Uno verklapt kwansuis terloops dat in zijn huishouden vanaf de leeftijd van 5 jaar het Heimlich-manoeuvre verplichte kennis en kunde is. En dat hij sinds kindsbeen elke hap voedsel voor het doorslikken minstens 32 maal kauwt. Dat laatste lijkt de piot vooral een heel onsmakelijk en gastronomisch verdovend gedoe, maar dat zegt hij niet luidop.

De onmacht is de grote boosdoener“, pikt Number Two daarop in. Hij weet het heel zeker, want bij hem is dat zo. Vervolgens schets hij het beeld van een man aan het stuur van zijn wagen, die plots in een fractie van een seconde beseft dat hem een oogopslag later een fataal ongeval wacht en dat hij niks kan doen om die horribele uitkomst te vermijden. De resterende nummers en de piot knikken medelevend.

Onmacht is een vreselijk beest.” Dat is de gevatte stelling waarmee Nummer Drei zijn verhaal begint. Al snel blijkt zijn doodsangst een combinatie van de bangigheid van Numero Uno en de bibberatie van Number Two: de verdrinkingsdood. Reeds als kind is Nummer Drei bang van water, en het vlieden der jaren heeft die schrik niet weten te temmen. Strandvakanties zijn een gruwel en zwembaden reeds 40 jaar ongekend terrein. Een boot is een martelwerktuig en de droomreis van zijn eega kan enkel zonder hem: het vliegtuig dat hen naar de States brengt zou wel eens kunnen neerstorten en zinken in de oceaan. De piot vindt dat allemaal overdreven, maar hij behoudt het stilzwijgen.

Daar komt Numéro Quatre reeds aandraven met zijn bekentenis: “Onmacht? Goed en wel! Maar er is ook pijn!” Zijn grootste vrees is een slepende ziekte doorregen met satanisch zeer. En wat met euthanasie die alvast het terminaal lijden tempert, vraagt de piot zich luidop af. Daar doet hij niet aan mee, verklaart Numéro Quatre en daarmee is die discussie gesloten.

Alle ogen en oren zijn nu gericht op de piot, die evenwel langer moet nadenken over de juiste formulering dan over de exacte inhoud van zijn boodschap. Zijn Zwart Beest kent hij maar al te goed. Het vergiftigt geregeld zijn slaap met verscheurende nachtmerries. Maar dat wil hij niet met zoveel woorden gezegd hebben.

Een diepe ademteug later onthult hij zijn meest intense doodsangst. Dat hij bevreesd is dat Mijn Groote Liefde vóór hem sterft, ongeacht wat de oorzaak is – accidenteel of na een lichamelijk falen. Want na het gedwongen afscheid komt het diepe gemis als een verstikkende marteling.

En de agonie van de machteloosheid.

 

 


(*) In de nevelen van het geheugen zijn de namen en de gezichten van de mede-conversanten vervaagt tot genummerde avatars.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.