30 jaar

Laatst vierden Mijn Groote Liefde en haar piot hun “parel” huwelijksjubileum.

Die dertig jaar is slechts een richtinggevend getal. Daarvoor woonden de snoodaards vijf jaar “in zonde“. Ze gaven pas het wederzijdse ja-woord nadat iemand hen wijsmaakte dat zoiets op diverse terreinen financieel interessanter was. Het geldelijk gewin laat evenwel op zich wachten.

De feestdag start veelbelovend. Hoewel. Kort na de dagwende hoort de piot huiskat Willem de echtelijke slaapkamer binnensluipen waarna een eerder ongewoon knisperen volgt. Aan de Via Prosperità stelt men zich sinds lang geen vragen meer over het doen en laten van De Zwarte Panter, vandaar dat de piot al snel opnieuw het rijk der dromen betreedt.

Bij het ochtendgloren ontrafelt het middernachtelijk mysterie zich in de vorm van een half opgepeuzelde muis. Van de Appaliunas-adept is geen spoor. De piot doet nog een halfslachtige poging om het katten-cadeautje weg te werken voor Mijn Groote Liefde de sponde verlaat, maar dat lukt maar half waarna een hoge-do weerklinkt. Dat is niet echt het geschenkje waar zij op wacht, “zingt” Mijn Groote Liefde – maar dan niet zo vlot als uitgeschreven.

Een halfuurtje later heeft de piot net de ontbijttafel gedekt (4 kraakverse broodjes, 2 smeuïge croissants en 2 koffiekoeken met crème) als Mijn Groote Liefde de veranda betreedt, stralend in haar jogging-uitrusting, inclusief de steunkousen ter bescherming van haar fragiele kuitspieren. “Ik ga eerst lopen in het bos,” declareert zij lichtjes overbodig, “Daarna ga ik ontbijten.” De piot schikt zich en nadat zij de woonst heeft verlaten, stort hij zich op de afwas van de vorige avond.

Tijdens het plaatsen van de borden in het druiprek moet de piot om een of andere duistere reden plots denken aan de ochtend van hun burgerlijke echtvereniging destijds. ’s Morgens ontwaakte Mijn Groote Liefde in een anderzijds leeg bed want de piot genoot trouw aan zijn marathon-trainingsschema van een vroeg bosloopje. Exact 30 jaar (en in het geval van de piot evenveel kilogram) later is het net andersom. Zoveel toeval bezorgt de vrijwillige bordenwasser een flauwe lachstuip.

De vaat is reeds lang opgeborgen wanneer Mijn Groote Liefde opgewekt want douchefris en blessurevrij aan de ontbijttafel verschijnt. Nog voor de eerste kop koffie legt zij een plechtig rekwest neer: “Wat als we deze middag naar Sluis fietsen en in onze favoriete lounge-bistrot aan de Kaai mosseltjes eten? Wat denk je?” De piot begrijpt: “Lunch is mosselen in Sluis! We gaan met de fiets!” en onthaalt het exquis idee met enthousiast geknik.

De fietsroute van de Via Prosperità naar Lamminsvliet ligt bezaait met wegenwerken en pas na wat meanderen vervoegt het fietsend feestpaar voorbij de Siphon het geijkt traject, met de nodige ruggensteun van windgod Zephyrus. Kort voor de noen gaan de fietsen nabij het jaagpad in Sluis op slot aan een buis tussen arduinen palen. “Antiek“, droomt de piot, “Waar men vroeger paarden vastzette.” Maar zijn verstand vertelt hem dat het allicht het restant is van een oude omheining die hiermee een tweede of derde leven krijgt.

De wijzers hebben het lunch-uur nog niet bereikt en daarom stelt Mijn Groote Liefde voor om even door de winkelstraten te flaneren, tot groot jolijt van Hermes én de piot, een fervente vitrine-fanaat. Die middag waait een aardig mondje Frans over de beklinkerde smalle straten, met hier en daar ook wat Hoogduits-klinkend Vlaamsch. De winkeliers laten het niet aan hun hart komen en spelen hun sterkste troeven uit jegens de grens-shoppers.

Net op tijd voor het aperitief verschijnt opnieuw het beoogde eethuis aan het Walplein. Naar het gevoel van Mijn Groote Liefde maakt het frisse weer een noenmaal op het terras onmogelijk, dus zoekt zij binnen tussen de vele reservaties naar een vrije plek voor een romantische tête-à-tête. Desgevraagd brengt de bediening (afwisselen in het West-Vlaams en het Zeeuws-Vlaams) een portie olijven en een fles lekkere rosé-wijn. Een feestdronk later bestellen de feestelingen mosselen, “van die kleintjes” want dat vinden zij de lekkerste.

Na het nuttigen van de weekdieren en het gegist druivensap suggereert Mijn Groote Liefde (met klem) om de traditionele koffie met versnaperingen elders, bijvoorbeeld halfweg de terugweg te nuttigen, “want ik denk niet dat de wind gedraaid is.” Uiteraard heeft zij gelijk: de luchtstroom twijfelt nog steeds tussen een passaat en een mistral, en blaast in het nadeel. Dat is lang niet alles: al snel vervloekt de piot de genaamde Dionysos, een regelrechte smeerlap die het parkoers naar de Via Prosperità tijdens de lunch slinks hellend heeft gemaakt. Onder het trappen voelt ook Mijn Groote Liefde de quadricepsen verzuren. Uit vrees voor zware benen na een halte, verlegt zij telkens weer de beloofde tussentijdse ravitaillering totdat enkel de echtelijke woonst als mikpunt overblijft.

Daar wacht een andere Griekse God: Morpheus.

RikWintein004

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.