Dentale karma

Laatst lag de piot onder de operatielamp van een stomatoloog.

Mijn gebit heeft veel weg van een verwaarloosd kerkhof. Mijn tanden zijn afbrokkelende zerken die letterlijk één voor één omtuimelen, onder meer geveld door jarenlange venijnige aanvallen van suikers en zuren, en ook het ontbreken van de goede genen. Zelfs de gekroonde exemplaren gaan aan het wankelen. Sinds enige jaren torst een implantaat een kunstkies die aanvankelijk het gat in de tandenrij weet te camoufleren. Dat lukt nu helaas niet meer.

Bij een zoveelste goedbedoelde restauratiepoging landt het gesprek met mijn tandarts al snel bij implantaten en de mogelijkheid om met een handvol van die ankerpunten een kunstgebit te fixeren, maar daarvoor moet ik wel naar een stomatoloog. Daar heb ik wel oren naar. Terug thuis bel ik naar de praktijk van een gespecialiseerde mondarts.

Een paar weken later zit ik in de wachtzaal met het ferme plan de behandeling te bespreken en te laten opstarten. Voor ik de consultatie binnen mag, neemt een vriendelijke verpleegster een uitgebreide scan van mijn kaken.

Kort daarom mag ik bij de specialist. De aardige man steekt onmiddellijk van wal met een Slecht Nieuws-gesprek. Wat ik wil, is niet realistisch, want op de noodzakelijke plekken heb ik te weinig bot. Bovendien ziet hij op de doorlichting dat de wortel van een gekroonde kies gebroken en ontstoken is. Verbijstering slaat toe.

Gezien de kaduke staat van de kroon, dringt een kleine ingreep zich zo snel als mogelijk op, al was het maar om de mogelijkheid van een implantaat op die plek te behouden. Op aangeven van de dokter legt de medisch receptioniste alvast een afspraak vast.

Terug thuis bel ik ogenblikkelijk naar mijn tandarts, want in de ontreddering merk ik dat ik de helft van de uitleg van de kaakchirurg reeds vergeten ben, voor zover ik het begrepen had. Twee dagen later mag ik vroeg in de ochtend aankloppen.

Na een luchtige babbel over haar permissie om de marathon van New York te lopen, legt zij met handen en voeten, en met heel veel didactisch materiaal, uit hoe het nu volgens de stomatoloog verder moet met de necropolis in mijn mond. Naarmate het gesprek vordert zie ik een lampje oplichten aan het einde van de lange en duistere tunnel. En het is een krachtige led. Alleen zal het lang duren voor ik daar zal geraken.

Ik wist dat mijn gebit er slecht aan toe is,” geef ik toe, “maar dat het zo erg gesteld is…

Ja, het is erg. Maar we gaan je wel kunnen helpen,” sust de pittige dame en voegt er aan toe: “Weet je ook hoe het zover is kunnen komen?

Beschaamd kijk ik naar mijn schoenen (die blijkbaar wel een veegje schoensmeer kunnen verdragen). Uiteraard ken ik de oorzaak. Het is karma. Het is een straf voor het rebels gedrag van een puber die tandhygiëne niet belangrijk vond. Maar dat zeg ik niet.

Het is mijn eigen schuld,” antwoord ik, op zoek naar een brave formulering van de waarheid. “In mijn jeugd had ik geen aandacht voor mijn gebit.

Die bekentenis sterkt mij. Opkijkend zie ik mijn dentiste knikken: “Ja, dat is zo. Weet wel dat je lang niet te enige bent in dat schuitje.

Het is een schrale troost, maar het beurt me wel op.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.