Pretentieloze uitbundigheid

Laatst laafde de piot zich gulzig aan oeverloos veel joie-de-vivre en feestplezier, Maghreb-style.

Aficionado’s weten het wel: ook dit jaar was ik dienaar van La Déesse. Over dat jubelfeest heb ik al vaak geschreven, vooral over de habitat. (Voor de liefhebbers: onderaan vind je enkele snelverwijzingen naar eerdere verhalen hierover.) Net nu ik dacht dat ik alles gezien had (de schoonheid, de gekheid en de camaraderie) overviel mij een nieuwe ervaring. En dat allemaal met een glas champagne in de hand.

Tijdens de ochtendbriefing klinkt het triomfantelijk: als erkentelijkheid voor de goede resultaten mogen alle onderdanen van La Déesse, ongeacht rang of stand, die avond een glaasje bubbels heffen in de VIP-bar van de bevriende overburen. Het is een tijding die niemand in het team onberoerd laat.

Onnozel als ik ben verwacht ik mij aan een beleefde en ingetogen receptie, met lachende gezichten die vrolijk taterend de voorbij dag herbeleven en -bekijken. Bij het naderen van de feestruimte smelt bij elke stap dat vermoeden verder weg.

Een bruisende bende overvalt mij. Ergens in het midden van het zaaltje zijn wat tafels opzij geschoven en voor een knallende sing-a-long-box dirigeert een chef-de-campagne een gebeuren dat zich enkel laat omschrijven als “een uitbundig feest“. Via zijn smartphone stuurt hij de meest ophitsende ritmes doorheen het lokaal. De Darbouka in handen van een felle meid ondersteunt het geheel en verraadt het Maghrebijns karakter van het feestgedruis.

Van een keurige receptie is bij verre geen sprake: de aanwezigen dansen en zingen en maken plezier. De pretentieloze uitbundigheid treft mij midscheeps. Overal zie ik lachende gezichten, vaak gekroond met ritmisch swingende handen. Een doorgaans heel koele Badboy begeeft zich heupwiegende in het dansgewoel.

Opvallend genoeg zijn de bruisende champagne-glazen in de minderheid. De meeste aanwezigen houden het op frisdrank, fruitsap of water. Sommigen zijn allicht designated driver; de meerderheid is min of meer moslim en is dus geheelonthouder (bestaat er zoiets als een gedeeltelijkonthouder?). En stuk voor stuk bewijzen die meisjes en jongens, die voortreffelijke dames en innemende heren voor mijn ogen dat alcohol geen noodzakelijke katalysator is voor het bouwen van een extatisch feestje, integendeel.

’s Anderdaags hang ik in afwachting van de ochtendbriefing met strijdmakker Mo(*) in de lounge-zetels. Het jolijt van de vorige avond komt ter sprake en ik deel mijn vaststelling dat moslims weten wat feestvieren is, ook zonder de hen verboden alcohol.

Daarover wil Mo wel iets kwijt: “Wat je moet beseffen is dat de Islam in de kern een zeer vredelievend geloof is, met het accent op wederzijds respect.” Samenzweerderig knikken we elkaar toe, als willen we elkaar bevestigen dat niet alle gelovigen om wat voor reden dan ook dat pacifisme in hun hart dragen. “De geschriften lijken het gebruik van alcohol te verbieden, maar die regels zijn vatbaar voor interpretatie,” gaat hij verder. “Hoe dan ook… alcohol verandert mensen en dat is het probleem. Dronken lui zijn doorgaans een last of zelfs een gevaar voor hun medemensen. In de beslotenheid van zijn zolderkamertje mag een moslim zich strikt genomen lazarus drinken, want daarmee valt hij niemand lastig, behalve zichzelf. In het openbaar distillaten of gegiste dranken consumeren mag niet omdat daarmee de kans ontstaat dat je anderen kwaad berokkent.

Ik knik instemmend en begrijpend: van dat inzicht is het inderdaad een kleine stap naar de gekende geheelonthouding, die op die manier zelfs ingebed is geraakt in de islamitische levensbeschouwing. Uiteindelijk bewijzen gelovige moslims dat een festijn in wezen geen wijn, bier of sterker nodig heeft en dat plezier ook zonder geestesbewerkende stimuli mogelijk is, zoals ik meermaals aan den lijve mocht ondervinden.

Ruim een week later verkondigt Mijn Groote Liefde dat ze vóór het avondeten wel een aperitiefje lust. Sinds mijn babbel met Mo heb ik behalve een glaasje bubbels op de slotdag van de Déesse-viering geen alcohol meer genuttigd. En ook nu heb ik om een of andere reden geen behoefte aan een gin-tonic of een roemer wijn. Na het bereiden van de cocktail voor Mijn Groote Liefde, trakteer ik mezelf een mengeling van fruitsap en tonic met veel ijs en een blaadje munt, en proef dat het goed is.

Tot slot nog enkele boodschappen voor zij die nu aan “collocatie” denken…

De gezworen atheïst in mij bekeert zich niet tot de islam. Dat is één. Anderzijds zweert deze overtuigde levensgenieter net zo min het gegist druivensap af. Wel omarm ik de mogelijkheid om te feesten en te genieten zonder alcohol, met dank aan de pretentieloze uitbundigheid van mijn feestende moslim-vrienden.

En nu heb ik wel een borrel verdiend…

 


 

(*) Een klein beetje een schuilnaam, uiteraard…

Zie ook:
– Mahbool
– Goddelijke schoonheid
– Hymne der esthetiek

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.